· 

“PINKEYE”, INFECTIOUS BOVINE KERATOCONJUNCTIVITIS (IBK) OF "HOUW" BIJ RUNDEREN EN KLEINE HERKAUWERS:

Nu het hoogzomer is zien we regelmatig bij jongvee en koeien, (maar ook bij kleine herkauwers), een ontsteking van de oogleden en/of van het hoornvlies. Deze aandoening noemt men “Pinkeye" of "Houw”, en wordt meestal veroorzaakt door een bacterie (voornamelijk door Moraxella bovis). De infectiedruk verschilt nogal per regio.

Het oppervlak van de oogbol en de slijmvliezen van het ooglid worden vaak door de bacterie aangetast.

Bij een lichte aantasting zien we roodheid van de slijmvliezen, veelvuldig knipperen met het aangetaste oog en een verhoogde traanvloei.

Bij een ernstigere aandoening kan het hoornvlies zelfs beschadigd raken. In dat geval is/zijn de kenmerkende witte vlek(ken) op de oogbol duidelijk zichtbaar.


Niet behandelde aandoeningen kunnen leiden tot tijdelijke of blijvende blindheid. In extreme gevallen zelfs tot verlies van het aangetaste oog. De aandoening verloopt zeer pijnlijk voor het dier.

Door sommige veehouders wordt de aandoening met diverse “kunstgrepen” (en niet daarvoor bestemde hulpmiddelen), zogenaamd behandeld. De (daarvoor niet toegelaten) droogzetter is hiervan een voorbeeld.

Houw kan behandeld worden met een specifieke oogzalf. Houd bij het correct aanbrengen het puntje van de tube evenwijdig met de oogleden om verwonding van het oog bij afweerbewegingen te vermijden.

Een pijnstiller is aan te bevelen als onderdeel van de behandeling. In ernstige gevallen is een antibiotica-injectie in het ooglid noodzakelijk, afhankelijk van de ernst van de aandoening kan een algemene antibioticakuur ook prima werken.

De aangetaste dieren hebben veel last van fel (zon)licht. Indien mogelijk dienen daarom de dieren tijdelijk opgestald te worden, of minimaal een schaduw mogelijkheid te hebben.

De verspreiding van de infectie vindt in hoofdzaak plaats door vliegen, (voornamelijk Hydrotea irritans), die zich met traanvocht voeden en dan van herkauwer naar herkauwer verplaatsen.

De infectie kan zich ook verspreiden door direct contact tussen dieren onderling, zelfs in afwezigheid van vliegen.

Houw zien we meestal bij op de weide gehouden dieren. Maar de aandoening kan ook bij op stal gehouden dieren voorkomen, en zich daar snel verspreiden.

Met name bij op stal gehouden dieren kunnen factoren als licht, stof en ammoniak bijdragen tot een extra irritatie van de ogen, en zo de vatbaarheid voor de infectie verhogen.

Een goed georganiseerde en adequate vliegenbestrijding, tezamen met het afzonderen van aangetaste dieren, zijn de belangrijkste aandachtspunten bij de preventie en behandeling van Houw.