· 

OUDE KOEIEN OF JONGE KOEIEN?:

Kent u de optimale levensduur van de koeien op uw bedrijf?

Een niet zo gemakkelijk te beantwoorden vraag, de levensduur van uw dieren is o.a. afhankelijk van het uitvalrisico van de koeien in elke lactatie! Dit uitvalrisico is bedrijfsspecifiek en mede afhankelijk van het dier, haar leefomgeving en van u als (melk)veehouder.

VERSCHIL IN LEEFTIJD IS VERSCHIL IN UITVAL:

Voor elke leeftijdsgroep zijn er andere aandachtspunten en dienen er andere, (liefst preventieve) maatregelen genomen te worden. Het is zaak dat u uw bedrijfsvoering daarbij exact kent en ook beheerst. Alleen zo weet u wanneer de problemen zich voordoen en welke problemen de uitval veroorzaken.

Het uitvalrisico ligt bij vaarzen gemiddeld hoger dan bij 2e kalfskoeien. Doorgaans stijgt daarna dit risico tot uiteindelijk 100% bij de oudste koeien. Des te hoger het vervangingspercentage des te eerder wordt die 100% bereikt.

Een duurzaam koppel koeien is te herkennen aan een zeer lage uitval in de eerste lactatie. Een vakkundige opfok en correct management gedurende de transitieperiode naar de eerste lactatieperiode zijn hiervoor kenmerkend.

Vaak komen zulke koeien probleemloos aan hun productie top in de 4e en 5e lactatie. Meestal treden de problemen vanaf de 6e lactatie op en wordt de productie lager. Dit vertaalt zich in een sterke uitval gedurende de 6e en 7e lactatie.

Een langere levensduur is wenselijk, maar wat is optimaal en wat is haalbaar? De meest economische leeftijd van een koe is 8 jaar. Uitgaande van de leeftijd minus de opfokperiode, kom je dan op een productieve levensduur van +/- 5,8 tot 6 jaar.

Uitgaande van een tussenkalftijd van 400 dagen zijn dit dan +/- 5,4 lactaties. Het vervangingspercentage zou dan zo rond de 18% liggen.

De afname van de productie (Fig. 1.), en/of managementproblemen bij het ouder worden van de koe kunnen redenen zijn om ze alsnog af te voeren.

Het uitvalrisico van koeien neemt bij het ouder worden gedurende de eerste jaren toe, om daarna weer af te nemen. Koeien die eenmaal een bepaalde leeftijd hebben bereikt gaan meestal nog enkele jaren door. Genetische aanleg speelt hierin zeker een belangrijke rol.

Gaan we uit van geen gedwongen afvoer en van geen genetische verbetering, dan ligt de optimale leeftijd van een melkkoe bij 7,5 gebruiksjaren. Houden we wel rekening met gedwongen afvoer, dan verlengt de economische gebruiksduur tot 12 jaar. Houden we bovendien rekening met een genetische verbetering van de productie met 55 tot 130 kg melk, dan ligt de economisch optimale gebruiksduur tussen de 10 en 12 jaar. Op deze leeftijd komt de productie dan weer heel kort in de buurt van een “gemiddelde vaars”.

Gek genoeg beïnvloed “het langer aanhouden van koeien dan het economisch optimum”, het eindresultaat nauwelijks.

De reden is dat er in elke volgende lactatie steeds minder koeien zijn en dus is de lagere productie van die koeien nauwelijks van invloed op het geheel. In geval de gedwongen afvoer met 30% tot 50% verminderd wordt, ligt het optimum rond de 10 gebruiksjaren.

Om meerdere redenen geldt ook hier dat investeren in duurzaam vee, (met een hoge mate van zelfredzaamheid en langleefbaarheid), zich absoluut loont.