· 

DE MELKAFGIFTE BIJ KOEIEN. “HOE FUNCTIONEERT HET NATUURLIJKE AFWEERMECHANISME VAN DE UIER?”: (deel 3)

Het uierweefsel bevat naast oplosbare stoffen ook afweercellen die als natuurlijk afweermechanisme fungeren.

Volgende afwijkingen kunnen dit afweermechanisme ondermijnen: 

Speentop-vereelting, (en overige afwijkingen veroorzaakt door o.a. een niet optimaal werkende melkmachine). 

Letsels veroorzaakt door fysische trauma’s: 

Een beschadiging van het tepelkanaal door het foutief inbrengen van een droogzetter, canule etc.

Melk bevat heel wat stoffen die de bacteriële groei verhinderen.

Eerder noemde ik al de stof “lactoferrine”. Naast oplosbare stoffen zijn er in het uierweefsel en in de melk natuurlijke afweercellen aanwezig. Deze afweercellen kunnen kiemen opnemen en doden. Hun voornaamste taak is het herkennen van “indringers”. Zij beschikken hiervoor over receptoren die bepaalde specifieke delen van bacteriën kunnen binden. Na contact laten ze ontstekingsstoffen vrij waardoor bewust een ontstekingsreactie op gang wordt gebracht.

Deze ontstekingsreactie heeft tot gevolg dat er een verhoogde bloedvloei naar het geïnfecteerde kwartier stroomt. Hierdoor kan het kwartier warm en gezwollen aanvoelen en zeer pijnlijk zijn voor de koe.

Ook kan er een wijziging optreden in de zogenaamde “bloed-melk barrière”. Er vloeit dan vocht en lichaamsstoffen afkomstig uit het bloed naar het uierweefsel. 

Bij een acute klinische mastitis zal de melk hierdoor meestal waterig zijn en verkleuren.

Er worden zeer grote aantallen afweercellen onttrokken aan het bloed en naar de infectie gevoerd. Hierdoor stijgt de combinatie van afweercellen en epitheelcellen in de melk, (het zogenaamde “celgetal”). Een stijging van het celgetal is dus een eerste duidelijke aanwijzing van een subklinische mastitis (ofwel een subklinische uierontsteking).

 

De snelheid waarmee, en het aantal cellen dat, zich naar de infectiehaard verplaatst is meestal bepalend of de bacteriën al dan niet kunnen overleven in de uier. Overleven ze, dan is een uierinfectie het gevolg.

 

Vaak worden de bacteriën vrij snel vernietigd, maar blijft de ontstekingsreactie nog aanwezig. Dit is een mogelijke verklaring waarom bij bacteriologisch onderzoek van melk uit een kwartier met een verhoogd celgetal, of met klinische symptomen, niet altijd een ziektekiem kan worden geïsoleerd.