· 

DE MELKAFGIFTE BIJ KOEIEN. “HOE FUNCTIONEERT HET NATUURLIJKE AFWEERMECHANISME VAN DE UIER?”: (deel 4)

Voorlopig is dit de laatste bijdrage uit de reeks  “De melkafgifte bij koeien”.

 

In hoofdzaak rond het afkalven reageren koeien vaak veel minder efficiënt op een ontstekingsreactie ten gevolge van het binnendringen van ziektekiemen. Deze verlaagde weerstand en reactie is volledig natuurlijk. Ze is noodzakelijk om afweer- en overgevoeligheidsreacties tegen het ongeboren kalf te voorkomen. Dit maakt dat koeien rond het afkalven zeer gevoelig zijn voor infectieuze ziektes en mastitis.

Ondanks de vele barrières en afweermechanismen, slagen bepaalde kiemen er toch in de uier binnen te dringen om daar een, (soms langdurige), infectie te veroorzaken.

Het binnendringen van mastitiskiemen wordt vaak onbewust veroorzaakt door de houderij omstandigheden en de omstandigheden tijdens het melken. Met name vacuümschommelingen in de melkmachine en/of het afslippen van de speenbekers. Deze hebben tot gevolg dat door de aangezogen lucht soms gecontamineerde melkdruppels met behoorlijk hoge snelheid in de uier worden “teruggeschoten”.

We spreken dan van “impacts”.

Eens in de uier bezitten sommige kiemen de eigenschap te voorkomen dat ze worden opgenomen, (en vernietigd), door de aanwezige afweercellen. Sommige ziektekiemen produceren stoffen die een ontstekingsreactie tegengaan. Ze dringen zelfs de melkproducerende cellen binnen om te overleven en vormen daar slijmkapsels en/of kleine abcessen.

Door deze “list der natuur” kunnen de kiemen zich niet alleen voor afweercellen verbergen, ze ontsnappen zo ook nog aan de werking van de toegepaste antimicrobiële middelen.

De afweer van de koe wordt in eerste instantie beïnvloed door de gezondheidstoestand van het dier. Gezonde koeien die fit zijn hebben vaak genoeg weerstand en reserve.

 

Het rantsoen en de voeding hebben een grote invloed op weerstand en reserve. Daarom is het van groot belang om koeien tijdens de transitieperiode uitgebalanceerd en optimaal te voederen.

Heeft de koe een te sterke negatieve energiebalans, of vertoont ze leververvetting, dan daalt automatisch de weerstand en is er sprake van een verhoogde gevoeligheid voor mastitis.

 

Belangrijk voor een optimale werking van de afweercellen zijn Selenium en Vitamine E. Let op dat er geen tekorten bij droge- en drachtige dieren ontstaan, en verstrek waar nodig de juiste mineraalsupplementen.

 

Andere factoren die een negatief effect hebben op de afweer zijn o.a. kreupelheid, stress en virale infecties waaronder BVD, (Boviene Virale Diarree).

 

Afweer wordt logischerwijs ook (deels) genetisch bepaald. Sommige koeien krijgen bij een bepaalde infectiedruk mastitis, terwijl hun soortgenoten in dezelfde omstandigheden dit totaal niet ontwikkelen.

 

Ook uitwendige eigenschappen, zoals afmetingen van de spenen, het afsluitvermogen van het tepelkanaal en het slotgat, hebben invloed op het optreden van een ontstekingsreactie en op de afweer bij het dier.