· 

TWEE KEER MELKEN OF DRIE KEER MELKEN PER DAG?:

De melkproductie van een koe neemt af naarmate de tijd tussen twee melkbeurten, (de zogenaamde melkinterval), langer duurt dan acht uren. Bij sterk wisselende melktijden, (en stijgende melkinterval), zal de melkproductie de dagen daarna duidelijk lager zijn. Hoeveel, dat is van vele factoren afhankelijk, maar des te groter de tijd tussen twee melkbeurten, des te groter zal ook de daling in totale melkgift zijn.

 

De verklaring hiervoor ligt in de melkblaasjes van de koe. Lege melkblaasjes zetten aan tot de productie van melk. Indien de melkblaasjes niet helemaal leeggemolken zijn, worden ze als het ware niet genoeg “getriggerd”. De melkblaasjes veranderen door de blijvende druk van de achtergebleven melk in de uier. Deze structurele druk heeft op korte termijn geen desastreuze gevolgen, de koe is in staat om dit zelf weer te herstellen. Op langere termijn vindt dit herstel niet meer plaats. De koe zal dan haar biologisch maximale melkproductie niet kunnen realiseren.

Je zou kunnen stellen dat drie keer per dag melken niet alleen beter is voor de uier en de uiergezondheid. Het resulteert ook in een mogelijke stijging van de melkproductie tot wel 15%. Bij oudere koeien is het verschil in totale melkproductie tussen twee of drie melkbeurten minder groot dan bij de jongere koeien en bij de vaarzen.

WAT BIJ MELKEN DOOR EEN MELKROBOT: 

 

Ook bij inzet van een melkrobot spelen de melkintervallen een cruciale rol! Een alerte melkveehouder dient daarom altijd te weten wat er zich in zijn stal en bij zijn dieren afspeelt. Hij/zij zal achterblijvende- en attentiekoeien die langer dan een bepaalde tijd de robot niet bezocht hebben, opvolgen en (liefst rustig met zo min mogelijk stress), in de robot leiden. Dit om een daling van de melkproductie bij deze dieren te voorkomen.

 

Vanuit de praktijk zie ik vaak dezelfde oorzaken waarom koeien een melkrobot (MR) te weinig bezoeken. Ik noem er slechts enkele:

 

- De locatie en de opstelling van de MR,

- De verlichting in de nabijheid van, en in de MR zelf,

- Geluiden in de directe omgeving van de MR,

- Gladde vloer voor- of in de MR of abrupte wijzigingen in de  vloerstructuur,

- Niet of onvoldoende getrainde dieren,

- Foutieve trainingsmethode van de dieren,

- Overbezetting in de stal is vaak een overbezetting bij de MR,

- Voederrantsoen: denk in het bijzonder aan een overaanbod aan zetmeel,

- Krachtvoergift aan het voerhek: is deze te groot dan worden de koeien onvoldoende “getriggerd” om naar de MR te gaan,

- Angst voor dominante koeien in de groep,

- Te kleine wachtruimte vóór de MR,

- Lekspanning / zwerfstroom op de installatie.

Als je voor ogen houdt dat een koe het kwetsbaarst is bij het laten schieten van de melk, dan is het van groot belang dat de omgeving waarin dit gebeurt optimaal is ingericht.