· 

HET ZICHTVELD VAN EEN PAARD: (deel 1)

Paarden hebben een totaal ander zichtveld dan mensen. 

Om beelden scherp te kunnen zien en een optimaal dieptezicht te kunnen krijgen, moet het paard zijn hoofd vrij kunnen bewegen. Het blikveld van een paard loopt namelijk parallel aan de neus van het dier. Dit is de reden dat een paard vaak met zijn hoofd verticaal op en neer beweegt, het dier stelt als het ware het blikveld en de scherpe in.

Een paard kan boven- en onder de neus niets zien.

EEN PAARD DAT NIET VOORUIT KAN KIJKEN, KAN OOK NIET VOORUIT DENKEN !!

 

De positionering van de ogen: 

De ogen zitten bij een paard aan de zijkant van het hoofd. 

Paarden zijn prooidieren, ze moeten gevaar snel en van alle kanten kunnen opmerken. 

 

De ogen van mensen zitten vrijwel naast elkaar in het hoofd gepositioneerd. 

Alle roofdieren, (inclusief de mens), hebben de ogen aan de voorkant van het hoofd. Zo kunnen ze heel doelgericht en scherp hun prooi observeren.

 

DIT STELT DE MENS VOOR EEN DILEMMA MET BETREKKING TOT DE OMGANG MET ZIJN PAARD: 

 

“Wij moeten ons als roofdier verplaatsen in de belevingswereld en de zintuigelijke waarneming van een prooidier,

om niet uit onwetendheid zijn natuurlijke gedrag en reacties te bestraffen”...

 

Het totale zichtveld: 

Paarden hebben een veel groter totaal zichtveld dan mensen.

Hebben mensen een zichtveld van iets minder dan 180 graden, paarden kunnen bijna 360 graden om zich heen zien.

 

Bewegingen en details waarnemen: 

Een paardenoog kan veel beter bewegingen in de verte waarnemen dan de details van dichtbij. Het oog van het paard bevat meer bewegingsreceptoren dan het oog van de mens.

Dit verklaart het op de vlucht slaan van een paard bij onverwachte bewegingen of bij schrikreacties van het dier.

 

Scherp stellen: 

Een paard kan tegelijk in de verte en dichtbij zien. Bij grazen ziet het dier de grond en tegelijk kan het de verte observeren. 

De beperkende factor hierbij is het vermogen om snel scherp te stellen op voorwerpen dichtbij. De vorm van de ooglens moet boller worden om iets duidelijk van dichtbij te kunnen zien. 

 

Een mensenoog kan zich qua bolheid beter en sneller aanpassen dan een paardenoog, een paard moet veel meer zijn hoofd op en neer bewegen om voorwerpen scherp en in detail te kunnen zien. 

 

Het paardenoog is van nature ingesteld op voorwerpen in de verte. 

Omdat paarden prooidieren zijn, moeten ze hun belagers tijdig kunnen waarnemen. Kwestie van overleven.