· 

HET ZICHTVELD VAN EEN PAARD: (deel 2)

Mensen hebben een blikveld van bijna 180 graden, waarbij wij het grootste gedeelte met twee ogen waarnemen. Hierdoor hebben wij een groot binoculair zichtveld, wij zien de dingen driedimensionaal.

 

Het linker oog:

Een paard kijkt met twee ogen tegelijk, maar de ogen sturen ieder aparte signalen naar de hersenen door. Het beeld gezien door het linkeroog gaat naar de rechterhersenhelft, het beeld gezien door het rechteroog gaat naar de linkerhersenhelft. De linker- en rechterhersenhelft van een paard communiceren slechts voor 20% met elkaar. Dit betekent dat wat het linkeroog heeft waargenomen, voor 20% naar de linkerhersenhelft wordt gecommuniceerd. Bovendien vindt de uitwisseling van gegevens tussen de linker- en de rechterhersenhelft bij een paard 6-7 keer trager plaats dan bij de mens.

 

Het paard ziet met zijn linkeroog een gezichtsveld van 142,5 graden. Dit monoculair gebied ziet het niet met het rechteroog! Door het linker oog gezien, ziet de wereld er voor een paard dus totaal anders uit dan gezien vanuit zijn rechteroog.

De dode hoek of de blinde vlek: 

Paarden hebben achter zich een dode hoek of blinde vlek van +/- 5 graden.

 

DIT VOOR HET PAARD NIET ZICHTBARE DEEL IS PRECIES DAAR WAAR U ALS RUITER ZIT!

 

Net voor de neus heeft een paard ook nog een dode hoek of blinde vlek. Het dier kan daardoor niet zien wat het eet. 

Bovendien vormt deze dode hoek of blinde vlek een extra handicap bij het springen.

 

Aanpassingsvermogen aan lichtsterkte: 

Een paard heeft 8x langer de tijd nodig dan wij om zich aan een veranderende lichtsterkte (licht/donker of donker/licht) te kunnen aanpassen. Geef het dier hiervoor ruim de tijd.

U zult zien dat verladen en de omgang een stuk gemakkelijker gaat.

 

Nachtzicht van paarden:

Paarden kunnen ´s nachts veel beter zien dan wij. Dat is ook nodig, het zijn van nature prooidieren en vluchtdieren.

Het nachtzicht van paarden is echter duidelijk minder scherp dan het gezichtsvermogen overdag.

 

Kleurwaarneming: 

Het paard ziet minder kleuren dan de mens. Paarden zien de kleuren groen, geel en blauw, (en in mindere mate de bijbehorende kleurschakeringen). Mensen zien de kleuren van de regenboog en alle variaties daartussen.

 

 

Wij moeten ons in de omgang met paarden als roofdier kunnen verplaatsen in de belevingswereld en de zintuiglijke waarneming van een prooidier om niet uit onwetendheid zijn natuurlijke gedrag en natuurlijke reacties te bestraffen.

Deze discipline is het fundament voor een lange vriendschap tussen u en uw paard, op basis van wederzijds respect en wederzijds vertrouwen.