· 

Tochtigheid of bronstigheid bij koeien, niet altijd makkelijk te herkennen: (deel 1)

Mensen die een gezonde en dekrijpe stier tussen de koeien hebben lopen, kunnen er meestal wel op vertrouwen dat deze bij een tochtige koe zijn werk zal doen. 

Voor alle andere rundveehouders die zoogkoeien of melkkoeien houden en met kunstmatige Inseminatie (K.I.) werken, is het zaak dat ze de cyclus van een rund goed kennen en de tochtigheidsignalen tijdig kunnen waarnemen en correct kunnen interpreteren. Vooral dit laatste is niet voor iedereen gemakkelijk. Daarom dit keer een korte uitleg over de bronstcyclus van het rund. 

 

Grofweg kunnen we stellen dat de cycluslengte van een rund GEMIDDELD 21 dagen duurt. Uit onderzoek en praktijkervaring blijkt echter dat er behoorlijk wat variatie zit op deze 21 dagen. Een extra reden om zich in de bronstcyclus van uw dieren te verdiepen. Een betere interpretatie van deze cyclus zal tot betere vruchtbaarheidsresultaten kunnen leiden.

Laten we in ons “tijdvenster” beginnen met een tochtig dier, we starten bij “dag 0”.

 

 

DAG 0 – Onze koe is tochtig!

Deze vaststelling is cruciaal voor een succesvolle opvolging van de cyclus. Uitwendig vertoont de koe in deze fase alle tekenen van bronst zoals: het blijven staan om besprongen te worden, onrustig zijn, loeien, opgeheven kop, doorgezakte rug, bespringt andere koeien, vochtige en rode vulva, duidelijk verlies van helder draadtrekkend slijm, verminderde melkgift, verminderde eetlust, eventueel dunner op de mest. 

Bij zoogkoeien: het negeren van het kalf.

Inwendig is de dominante eicel op dit moment het grootst (1,5 tot 2 cm), en klaar om te ovuleren. De (staande) tocht duurt gemiddeld 18 uur. Uit onderzoek blijkt dat des te meer melk een koe, (in de week voorafgaand aan de tocht) geeft, des te korter de totale duur van de bronst zal zijn.

 

DAG 1 – De ovulatie:

De ovulatie vindt gemiddeld 12 uur na de waarneembare tocht plaats. 

De geovuleerde eicel is vanaf dat ogenblik gedurende +/- 4 tot 6 uur van voldoende kwaliteit om bevrucht te worden door een spermacel. Dit maakt dat het essentieel is om het inseminatietijdstip zo goed mogelijk af te stemmen op het moment van bronst en ovulatie, om zo de grootste kans op dracht te verkrijgen.

Praktisch worden meestal de beste resultaten verkregen met de “ochtend-avond” regel. Dit houdt in dat koeien die ´s morgens tochtig gezien worden laat in de middag/avond geïnsemineerd dienen te worden en koeien die ´s middags/´s avonds tochtig worden gezien dienen de volgende morgen geïnsemineerd te worden. 

Daarbij geldt als richtlijn: het ideale inseminatietijdstip ligt tussen de 12 en 16 uur na het begin van de staande bronst. 

Te vroeg insemineren doet de kans van slagen significant afnemen.

 

DAG 2 á 3 – Afbloeden:

Op deze tijdstippen ziet men vaak, (maar niet altijd), bij runderen die afbloeden een sliertje bloed aan de vulva hangen. Dit tijdstip kan bij het missen van de voorafgaande bronst genoteerd worden voor de bepaling van de volgende bronstcyclus. Nu we weten hoe lang de cyclus gemiddeld duurt, kunnen we zo uitrekenen wanneer we weer alert dienen te zijn voor de volgende tochtigheid.

Bij “tochtig spuiten”, is dit zichtbaar moment van afbloeden tevens een hulpmiddel om het tijdstip te bepalen wanneer er bij een volgende cyclus een gevoelig geel lichaam zal ontstaan dat kan reageren op een injectie met prostaglandines. 

Dit tochtig spuiten van de koe kan gebruikt worden om de cyclus te verkorten en om zo vlugger tot een nieuw inseminatietijdstip te komen.

Het dier in een natuurlijke cyclus laten ovuleren is altijd beter dan tochtig spuiten!

 

DAG 4 EN 5 – Vorming actief geel lichaam:

Nu vormt zich een geel lichaam dat langzaam gevoelig wordt voor prostaglandines.

 

DAG 5 TOT DAG 18 – Gevoelig voor prostaglandines:

In deze periode van de cyclus is het geel lichaam gevoelig voor een injectie met prostaglandines. Rond dag 9 en 10 is er alweer sprake van een éérste of tweede groeigolf van de nieuwe eicellen die ontstaan voor een mogelijke ovulatie. 

Uit onderzoek is gebleken dat pinken vaker drie van deze folliculaire groeigolven hebben, daar waar koeien (voornamelijk in combinatie met een hoge melkproductie) eerder 2 folliculaire groeigolven kennen. Dit verklaart mede waarom pinken vaak bij een éérste inseminatie of dekking al drachtig worden.

 

DAG 17 TOT DAG 20 –Groei nieuwe dominante follikel:

Uit één van de voorgaande folliculaire golven groeit er op dit tijdstip weer een dominante follikel. Deze is op dit tijdstip ongeveer 1 cm groot. Dit tijdstip zal ons weer attenderen op een nieuwe naderende bronst.

 

DAG 20 EN 21 – Pre-ovulatoire follikel: 

De follikel groeit verder en heeft nu een grootte van ongeveer 1 tot 1,5 cm. De baarmoeder maakt zich op dit tijdstip opnieuw klaar voor een volgende ovulatie waarbij deze weer ontvankelijk wordt voor nieuw sperma en een omgeving creëert voor een optimale bevruchting.

De koe begint opnieuw bronstsymptomen te vertonen en de cyclus start weer bij dag 0!

 

Rond dag 20 zien we vaak als uitwendige kenmerken dat het rund andere runderen gaat besnuffelen en gaat loeien. Tevens doet ze soms pogingen om andere dieren te bespringen. 

De vulva is al lichtjes gezwollen. Sommige dieren zonderen zich in dit stadium af van de kudde.

 

Bovenstaande uitleg dient men als RICHTLIJN te interpreteren en NIET als "absoluut schema of wetmatigheid".