· 

Tochtigheid of bronstigheid bij koeien, niet altijd makkelijk te herkennen: (deel 2)

Het is voor veehouders vaak moeilijk en frustrerend om hun koeien op tijd en met liefst één inseminatie drachtig te krijgen. Vaak zien we in de praktijk dat veel koeien niet tijdig tochtig gezien worden. Soms wordt zelfs de complete tochtigheid niet waargenomen. De tussenkalftijd loopt dan ongewild behoorlijk op.

 

Het komt ook voor dat koeien wel elke 3 weken tochtig worden gezien en daadwerkelijk geïnsemineerd- of gedekt worden, maar de koeien worden niet drachtig. Dit niet drachtig worden kan o.a. te maken hebben met afwijkingen aan de baarmoeder of de eicel. Een chronische baarmoederontsteking of en matige tot slechte kwaliteit van de eicel kan hiervan o.a. de oorzaak zijn. Ook een foutief gekozen inseminatietijdstip kan een succesvolle bevruchting van de eicel in de weg staan.


Onderstaand vindt u enkele praktische adviezen en tips die kunnen helpen bij een tijdige en juiste tochtdetectie en bij het bepalen van het juiste inseminatietijdstip bij zowel melkkoeien als zoogkoeien:

-Zorg dat uw (dier)administratie met betrekking tot tochtigheiddetectie op orde is,

-weet welke koeien drachtig zijn en welke niet,

-registreer van de niet drachtige dieren wanneer ze mogelijk tochtig kunnen worden,

-observeer de koeien nauwlettend in de periode dat ze mogelijk tochtig kunnen worden: (vanaf 18 dagen na de vorige tocht en/of vanaf 16 dagen na het afbloeden),

-zorg voor een goede individuele identificatie van de koe. Let daarbij op dat u vanaf een grotere afstand de mogelijk tochtige koeien kunt herkennen.

-“stappentellers” en andere technische hulpmiddelen kunnen best handig zijn, mits ze goed zijn afgesteld.

-een "merkstreep" (Tail Paint) of “Timing Chamber” (zie foto’s), zijn goede bruikbare en betaalbare alternatieven voor elektronische registratiesystemen van tochtigheid.

-De melkrobot: tochtige koeien bezoeken minder vaak de robot en vertonen een (tijdelijke) productiedaling. Deze gegevens worden in de robot elektronisch vastgelegd.

Goed waarnemen kost (helaas) veel tijd. Hoe rustiger, vaker en langer u kijkt, hoe groter de kans dat de tochtigheid en het stadium ook daadwerkelijk bij het dier wordt waargenomen. De effectieve staande tocht varieert bij koeien tussen de 4 en 24 uur. Het gemiddelde ligt rond de 18 uur.

 

De grootste kans dat u tochtige koeien ziet is ’s morgens vroeg (bijvoorbeeld 06:00 uur) en 's avonds laat (bijvoorbeeld 22:00 uur). De beste waarnemingen ziet u wanneer alle dieren in hun leefomgeving rustig zijn. (In de stal betekent dit dat de radio uit staat).

Neem er de tijd voor! Bij minimaal 4 maal daags 20 minuten observeren kunt u tot 90% van de tochtige dieren waarnemen.

 

Een daglichtlengte van minimaal 16 uren met een voldoende hoge lichtintensiteit stimuleert het tochtig worden bij uw koeien.

Gladde vloeren en/of natte vloeren zonder veel grip verminderen de zichtbare tochtigheidsverschijnselen. De dieren zijn bang voor uitglijden, hebben daardoor stress en onderdrukken daarom de zichtbare tochtigheidsverschijnselen.

 

"ALS JE NIET OPVALT, WORDT JE NIET BESPRONGEN EN IS ER MINDER RISICO OP UITGLIJDEN"…

 

Tochtige koeien en bijna tochtige koeien zoeken elkaar op. Bij gladde vloeren en/of natte vloeren zonder veel grip is dit “elkaar opzoeken” al veel minder.

De aanwezigheid van een stier trekt nieuwsgierige tochtige koeien aan. Niet iedereen wil een stier in zijn stal. Het is immers niet geheel zonder risico, en als je met kunstmatige inseminatie (K.I.) werkt, zeker niet handig. Een os kan dan uitkomst bieden. Ossen kunnen natuurlijk niet bevruchten, maar ze duiden de (bijna)tochtige dieren perfect aan, en zijn makkelijker in de omgang dan stieren.

 

NOG EEN EXTRA ADVIES (voor uw eigen veiligheid): 

Hebt u toch een stier tussen uw koeien in de stal lopen, doe hem dan een (duidelijk hoorbare) bel aan. 

 

Ik kom op teveel bedrijven waar een stier “anoniem” tussen de koeien loopt en dus echt niet opvalt. Staat u in zo’n situatie bij een tochtige koe, dan loopt u kans dat de stier onverwachts (vanuit bijvoorbeeld een ligbox) “opduikt”…, met alle gevolgen van dien. 

Natuurlijk kunt u de os ook een bel aandoen, "om verrassingen te voorkomen".