· 

Tochtigheid of bronstigheid bij koeien, niet altijd makkelijk te herkennen: (deel 3)

Vaak hoor ik dat hoogproductieve koeien minder vruchtbaar zouden zijn dan hun soortgenoten met een lagere dagproductie. 

In de praktijk gaat deze redenatie echter niet op. Er is geen verband te leggen tussen een hogere productie en een verminderde vruchtbaarheid bij koeien. Hoogproductieve dieren worden net zo makkelijk drachtig als hun soortgenoten.

Waar komt dit “gerucht” dan toch vandaan? 

 

Het antwoord daarop is dat hoogproductieve koeien de tochtigheidverschijnselen minder duidelijk en minder lang laten zien. 

Vroeger waren de dagproducties een stuk lager. Je zag toen dat sommige koeien tot wel 1.5 dag (duidelijk zichtbaar) tochtig bleven. Dat is nu niet meer zo. 

Je kunt dit een negatief effect en -resultaat noemen van het jarenlang fokken en selecteren op gehaltes en kilogrammen melk. 

Ook de stierkeuze heeft invloed op de zichtbare tochtigheidverschijnselen bij zijn vrouwelijke nakomelingen. Houd dus rekening met het kenmerk “fokwaarde vruchtbaarheid” bij uw stierkeuze!

IS ER SPRAKE VAN EEN VERBETERDE VRUCHTBAARHEID BIJ GEBRUIK VAN TOCHTDETECTIESYSTEMEN?

Ziet u de dieren niet tochtig, dan kan een tochtdetectiesysteem uitkomst bieden. 

Tochtdetectiesystemen zoals bijvoorbeeld een stappenteller hebben als “grote voordeel” dat je minder de stal in hoeft om je dieren te observeren. 

Een stappenteller signaleert de beginnende tocht in een zeer vroeg stadium. Dat is gunstig om het inseminatietijdstip te bepalen.

 

Krijgt de veehouder zijn koeien onvoldoende of niet drachtig, dan helpt een tochtdetectiesysteem niet. De oorzaak moet ergens anders gezocht worden.

 

Eén van de oorzaken kan een onjuist inseminatietijdstip zijn. 

Zo ligt het inseminatietijdstip bij inzet van vrouwelijk gesekst sperma veel later in de tocht dan bij gebruik van conventioneel sperma. 

De reden is de kortere leefbaarheid van de gesekste spermacellen. 

VROEG EMBRYONALE STERFTE: 

Het “niet drachtig worden” is vaak een onjuiste diagnose. 

Meer en meer zien we dat er sprake is van vroeg embryonale sterfte bij de drachtige koe. 

Zwakke of gebrekkige eicellen en/of ongunstige omstandigheden in de baarmoeder liggen hieraan te grondslag. Factoren als hittestress, baarmoederontsteking, slepende melkziekte hebben een grote negatieve invloed op de kwaliteit van de eicel gedurende 160 dagen na afkalven. 

Ketose heeft daarbij de grootste negatieve invloed. 

Bij de afbraak van vet ontstaan vrije vetzuren (nefa’s), deze zijn vaak dodelijk voor de eicellen.

Het beste is natuurlijk om het ontstaan van “ketose koeien” bij de bron aan te pakken en te bestrijden. 

 

Lukt dit niet, dan kan de inzet van embryo’s uitkomst bieden. 

Hoewel de inzet van embryo’s een symptoombestrijding van het probleem is, krijgt u de koe vaak toch drachtig bij gebruik van een embryo. 

De verklaring hiervoor is simpel: 

Het kritische eicel stadium bij dit soort koeien wordt bij gebruik van een embryo volledig overgeslagen.