· 

BIESTVERSTREKKING EN KALVERDIARREE: (deel 2)

“Het kalf van vandaag is de koe van morgen”, dat kan ik niet vaak genoeg benadrukken.

 

Kalveren vormen immers de toekomst van het rundveebedrijf. Een goede opfok is daarom strikt noodzakelijk, zeker als u wil bereiken dat de vaars op 24 maanden afkalft.

Bij een goede opfok spelen groei en gezondheid van de kalveren een doorslaggevende rol. Terwijl griepproblemen vooral voorkomen bij kalveren ouder dan drie à vier maanden, worden de pasgeboren kalveren (en de kalveren van enkele weken oud), vaak getroffen door diarreeproblemen. De oorzaken kunnen daarbij zeer divers zijn.

 

EEN GOEDE START MET BIEST VAN GEKENDE EN GOEDE KWALITEIT:

Vooral bij de preventie van infectieuze diarree, is een optimalisering van de passieve weerstand van groot belang.

Terwijl “actieve weerstand” de weerstand is die het kalf zelf opbouwt doordat het met ziektekiemen in aanraking komt, bedoelen we met “passieve weerstand” de weerstand die het kalf normaal gesproken kort na de geboorte “gratis” van de moeder meekrijgt met het opnemen van biest.

 

Typisch bij runderen is dat de kalveren de passieve immuniteit uitsluitend meekrijgen via de biest, terwijl het immuunapparaat van het kalf pas rond een leeftijd van drie à vier maanden voldoende ontwikkeld is om een actieve immuniteit op te kunnen starten.

Met andere woorden: kalveren die geen of te weinig antistoffen met de biest binnenkrijgen, zullen als gevolg hiervan veel te weinig weerstand hebben en zelf nog niet in staat zijn om dit tekort op te vangen. (Vandaar mijn advies: ken de kwaliteit van de te verstrekken biest).

Dit soort kalveren zullen veel gevoeliger zijn voor het oplopen van (infectie)ziekten.

 

Zelf hanteer ik als norm dat het kalf na de geboorte zo snel mogelijk 200 gram antistoffen moet binnenkrijgen. Dit betekent 4 liter gemeten biest van hoge kwaliteit binnen 6 uur na de geboorte. Des te eerder het kalf na de geboorte biest binnenkrijgt, des te beter.

Biest is niet alleen een bron van antistoffen, maar ook van levenskracht. Het bevat naast antistoffen ook vet, eiwitten, vitaminen, mineralen enzovoorts.

 

Een kalf zonder biest heeft snel last van onderkoeling.

Onderkoelde kalveren worden slap en traag met als resultaat: niet meer kunnen/willen drinken. Hiermee is de negatieve spiraal definitief ingezet!

 

Indien het kalf door omstandigheden de biest niet zelf kan opnemen, bijvoorbeeld na een zware verlossing of bij een (tijdelijk) te dikke tong, dan is het toedienen van de biest met een maagsonde aan te raden.

Het standaardgebruik van een maagsonde bij de toediening van de eerste biest keur ik af. Stel je als veehouder maar eens de vraag waarom je standaard een maagsonde bij (nieuw)geboren kalveren moet gebruiken, en of het ook anders kan…

 

Aangezien de biest die wordt uitgemolken bij de eerste melkbeurt de meeste antistoffen bevat, is het aan te raden om vooral deze biest (na meten), te gebruiken bij pasgeboren kalveren. 

Ideaal is om zoveel mogelijk biest van het eigen moederdier te geven. Indien dit niet kan/lukt is een voorraad "eerste biest met gekende kwaliteit" uit de diepvries ook prima. Bij voorkeur is deze biest afkomstig van (oudere en bedrijfseigen) koeien.

 

Preventief kunnen veehouders op bedrijven met diarreeproblemen bij hun jonge kalveren gedurende de eerste 7 à 10 levensdagen tweemaal daags 150 tot 250 ml biest aan de te verstrekken melk toevoegen.

 

Maar het opsporen en verhelpen van de oorzaak rond dit diarreeprobleem vindt ik natuurlijk veel belangrijker!