· 

KLIMAATBEHEERSING BIJ DE OPFOK VAN JONGVEE: (deel 1)

Een slecht stalklimaat ligt vaak aan de basis van groei- en gezondheidsproblemen bij het jongvee.

Jongvee is veel gevoeliger voor te lage- of te hoge temperaturen, te hoge luchtvochtigheid, te hoge luchtsnelheden en tocht, dan volwassen rundvee.

 

TE LAGE TEMPERATUREN:

We dienen een duidelijk onderscheid te maken tussen de gevoelstemperatuur en de omgevingstemperatuur. Door tocht en wind kan de gevoelstemperatuur veel lager zijn dan de daadwerkelijk gemeten omgevingstemperatuur. Bewegende lucht (wind) koelt immers af.

 

KOUDESTRESS:

Bij koude en wind bestaat de kans dat de gevoelstemperatuur lager wordt dan de onderste kritieke gevoelstemperatuur.

Is dit het geval, dan spreken we van koudestress. 

Deze koudestress moet het dier compenseren door een extra energieopname zodat de ontwikkeling en de groei niet achterblijft. 

KRITIEKE GEVOELSTEMPERATUREN BIJ KALVEREN EN JONGVEE:

De onderste kritieke gevoelstemperatuur voor een jong kalfje ligt bij +10 oC.

Voor kalveren tot één jaar bij -10 oC, en voor jongvee ouder dan één jaar bij -15 oC.

 

Naarmate het kalf ouder wordt, zal zich de pens meer gaan ontwikkelen. Het dier kan dan zelf meer warmte produceren en zo beter de lage temperatuur compenseren.

Ik ben een groot voorstander om in het begin van de opfok veel melk van goede kwaliteit aan het kalf te geven.

Dit om de jeugdgroei zo optimaal en maximaal als mogelijk te kunnen benutten. 

Hoe beter deze jeugdgroei (en dus opfok), in de eerste maanden, hoe eerder het dier minder kwetsbaar zal zijn.

 

Wist u dat bij melkkoeien de extra energiebehoefte voor elke graad onder de kritieke gevoelstemperatuur 110 VEM bedraagt?

Deze kritieke gevoelstemperatuur wordt niet alleen bepaald door de feitelijke temperatuur, maar ook door luchtvochtigheid en windsnelheid.

 

WAT IS VEM?:

VEM is de Nederlandse energie parameter. Het geeft de netto energie inhoud van een product weer voor melkgevende koeien. 

VEM is gerelateerd aan de energie inhoud van 1 kg. gestandaardiseerd gerst (gerst met een specifiek hectoliter gewicht, zetmeel gehalte, etc). 

Bij definitie, de energie inhoud van deze kg gerst is vastgesteld op 1.000 VEM. Omdat VEM een relatieve waarde is, heeft het geen eenheid. 

Bij vleesvee wordt de energie die de organische stof levert, uitgedrukt in VEVI (voedereenheid vlees intensief).

 

Om 1 kg FPCM (Fat-Protein Correct Milk), melk met 4% vet en 3.3 % eiwit te maken, heeft een koe ongeveer 460 eenheden VEM nodig.

Een koe die 30 kg melk produceert heeft ongeveer 19.000 VEM nodig. Hiervan is ongeveer 5300 eenheden nodig voor onderhoud, het overige voor de productie van de melk.