· 

KALVEREN, GEEF ZE RUIMSCHOOTS EN GENOEG MELK:

De eerste sneeuw in januari zet kennelijk sommige mensen aan het denken.

Zo werd ik gisteren door twee verslaggevers van de schrijvende agrarische vakpers en van een nieuwsdienst benaderd.

Ze waren een “belronde en vooronderzoek” aan het doen. Beiden stelden nagenoeg dezelfde vraag:

“Hoe kan de sector de kalversterfte terugdringen?”

 

Een gemakkelijk gestelde vraag, met een niet zo simpel antwoord. 

Ik voeg er zelfs nog een vraag aan toe: 

"Zijn ze getriggerd door de vallende sneeuw, of hangt er nog meer kou in de lucht?"

 

Leven en dood gaan hand in hand, en het is soms balanceren op een koord. In de natuur slaat “de weegschaal van het leven”

wel eens ongunstig uit.

Sommige individuen redden het nu eenmaal niet in deze wereld, en bij kalveren is dat uiteraard niet anders.

Veehouders weten dat alles staat of valt met een goede voorbereiding. Een voorbereiding die al lang start voordat de koe gaat kalven.

Hoe is de gezondheidsstatus op het bedrijf, dienen de koeien al dan niet preventief gevaccineerd te worden, beschikt men over een schone afkalfstal en is er ruim voldoende biest van gekende en goede kwaliteit om het nieuw geboren kalf een goede start te kunnen geven?

Al deze (niet limitatieve) zaken hebben direct invloed op de kalversterfte.

 

Eens het kalf geboren is, gaat de aandacht naast voeding uit naar goede en geschikte kalverhuisvesting, schoon, droog, tochtvrij met veel lucht, licht en de mogelijkheid tot onderlinge socialisatie.

Allemaal normale basiskennis die iedere veehouder natuurlijk kent en weet...

 

Voeding vraagt extra aandacht.

Realiseer bij de kalveren een maximale start en een goede groei door een goed biestmanagement. Ik heb dit thema al vaker beschreven.

Naast biest, is het zaak dat de jeugdgroei bij het kalf optimaal wordt benut. Doe dit door een op de behoefte van het kalf aangepaste melkgift. Goed groeiende kalveren zijn minder kwetsbaar!

Nu het kouder is heeft het kalf meer energie en eiwit nodig om zichzelf warm te houden en om te kunnen groeien. 

De “inwendige oven” moet meer verbranden en heeft daarvoor extra brandstof nodig.

Zelf ben ik voorstander van een ruime melkgift bij de kalveren. Ik realiseer graag een maximale jeugdgroei, het maakt de kalveren niet alleen sterker. 

Gedurende de eerste 8 levensweken wordt bij het vaarskalf de uiteindelijke kwaliteit van het uier in aanleg gevormd. Groeiachterstand in deze periode zal de ontwikkeling van het uierweefsel altijd negatief beïnvloeden. Kalveren vertonen bij meer- en geconcentreerde melk een hogere daggroei. Een zeer verantwoorde investering lijkt mij.

3x per dag minimaal 2,5 tot 3 liter melk (afhankelijk van geboortegewicht), met daarin 15% droge stof, en u zult positief verrast zijn hoe goed de kalveren het daarop doen.

KALVERDIARREE:

Ken de oorzaak van kalverdiarree en pas de preventie en behandeling daarop aan.

Bij kalverdiarree is het, (naast het kennen van de oorzaak), belangrijk om het vochtgehalte van het kalf op peil te houden door het verstrekken van elektrolyten.

 

Er bestaat nog veel discussie over de vraag of de melkvoeding al dan niet tijdelijk moet worden gestopt, en hoelang enkel de elektrolyten mogen worden gegeven. Elektrolyten bevatten te weinig energie om “het oventje in het kalf” te kunnen laten branden. 

Bij ziekte en/of in een koude omgeving kunnen de kalveren daardoor een energietekort oplopen met alle gevolgen van dien.

Stop daarom niet te lang met de melkgift. De beste strategie voor het toedienen van extra vocht aan een kalf met diarree bestaat uit het tijdig verstrekken en afwisselen van melk en elektrolyten, doe dit over de dag heen. Het aan de melk toevoegen van 150 tot 200 ml kwalitatief goede biest geeft het zieke kalf extra kracht.

 

Dat kalverdiarree altijd ontstaat door een teveel aan melk is een hardnekkig gerucht dat ons al vele generaties blijft achtervolgen. Als je de oorzaak van diarree bij kalveren kent, kun je deze gericht bestrijden. Een ruime melkgift staat deze bestrijding niet in de weg.

Diarreeproblemen gaan altijd gepaard met uitdroging bij het kalf. Een kalf met diarree kan tot wel 8 liter vocht per dag verliezen. De aangetaste kalveren proberen hun vochtverlies te beperken door een verminderde urine-uitscheiding, maar het eigenlijke vochtverlies ontstaat door diarree. Tijdens diarree neemt de totale hoeveelheid geproduceerde mest toe met ongeveer een factor 40 t.o.v. een normale mestproductie. Naast het vochtverlies gaan hierbij ook belangrijke mineralen zoals kalium, natrium en chloor en voedingsstoffen zoals glucose, vitamines en vetzuren verloren. Met als resultaat: een ziek, zwak kalfje met ondervoeding en een onevenwichtige elektrolytenbalans.

 

Het op lichaamstemperatuur toedienen van melk en elektrolyten helpt om verdere afkoeling van het kalf te vermijden. Het voorkomt dat het kalf extra energie moet gebruiken om de koude vloeistof zelf ‘op te warmen’.

Klinkt logisch en simpel, en dat is het ook.

Naast een tochtvrije omgeving kan men het kalf warm houden door dik instrooien, een kalverdekentje of door het tijdelijk gebruik van een warmtebron. (voorkom bij dit laatste brandgevaar!).

 

Er zijn natuurlijk nog veel meer zaken die direct invloed hebben op een vermindering van de kalversterfte en op een geslaagde kalveropfok. 

Het is maatwerk en bedrijfsspecifiek.

Net als de journalistiek rond agrarische vakbladen en nieuwsdiensten. 

Nu maar hopen dat men de zaken realistisch, correct en constructief weergeeft. 

Een weergave gericht op de toekomst, want het kalf van nu is de koe van morgen. 

Zonder die koe van morgen zijn er geen zuivelproducten, is er geen vlees en zullen we nog veel meer dingen gaan missen.