· 

HYGIËNE IN- EN ROND DE MELKROBOT

De hygiëne rondom de melkrobot verdient continue aandacht.

Tijdens mijn bedrijfsbezoeken zie ik dan ook grote verschillen tussen de diverse bedrijven.

Onderstaand enkele handige tips en wetenswaardigheden rond uier- en stalhygiëne.

 

Hygiëne levert een belangrijke bijdrage aan een goede uiergezondheid bij uw koeien.

Hygiëne die zich niet alleen tot de ligboxen in de stal beperkt.

De controleruimte op bedrijven die met melkrobots werken, bevindt zich aan de zijde van de robotarm. In deze ruimte bevinden zich naast de besturingselementen van de robot, ook het melkglas en soms een buisfilter. Deze onderdelen verdienen constant aandacht en moeten regelmatig gereinigd worden.

 

Door de hygiëne op een praktische wijze bij zowel koeien, stal, melkrobot als ook leefomgeving op orde te houden, vergroot je de uiergezondheid en beperk je problemen zoals mastitis.

Koeien met vuile- en vieze uiers hebben een grotere kans dat ze besmet worden met bacteriën, (in het bijzonder Klebsiella), dan koeien met schone uiers. Daarom dienen de ligboxen schoon en droog te zijn!

WELKE ROUTES ZIEN WE BIJ OVERDRACHT VAN BACTERIËN?:

Tijdens het melken vormen, (voornamelijk bij niet goed functionerende, zelfreinigende installaties), de tepelbeker, borstels en alle overige onderdelen die contact maken met de uier een potentieel risico op kruisbesmetting.

Tussen de melkbeurten vormen vochtige en vuile roosters, met mest besmet strooisel, maar ook vervuild (drink)water een potentiële bron van bacterie overdracht.

Gezonde koeien met kwartierbeschadiging of beschadigde spenen vormen ook een besmettingsroute bij bacteriële overdracht.

Een hogere hygiënescore doet de kans op bacteriële infecties significant dalen. Dit geldt overigens niet alleen voor robotmelken, maar geldt in het algemeen. 

Zo hebben bedrijven met een lagere hygiënescore vaak ook een hoger (tank)celgetal. 

Bedrijven die alert zijn op hygiëne controleren daarom bij hun melkrobot regelmatig de (borstel)instellingen en de werking en uitvoering van de desinfectiemethoden.

TIPS OM DE UIERS SCHOON TE HOUDEN:

BEPERK OVERTOLLIGE HAARGROEI OP UIER EN STAART:

In de lente/zomer elke drie maanden, en in de herfst/winter elke 2 maanden de haren op uier en staart reduceren, draagt bij aan minder vervuiling op dierniveau.

Maar het heeft nog een ander groot voordeel:

Het voorkomt ook vervuiling van de laser, voornamelijk tijdens het bepalen van de speenlocatie! Is uw robotcapaciteit minder dan verwacht, is het aantal mislukte melkingen groter dan verwacht? Een van de mogelijke oorzaken kan dan overmatige beharing op uierniveau zijn. Mijn streven is minder dan 5% vuile en vieze uiers in de koppel te hebben.

 

DE BODEMBEDEKKER:

Gebruik voor uw bedrijfsomstandigheden de meest geschikte bodembedekker in de ligboxen. Voor de een is dit strooisel, voor de ander is dit zand. 

Veel mensen weten niet dat schoon zand van nature nagenoeg steriel is, een goed uitgangspunt inzake uierhygiëne. Daarbovenop komt nog dat koeien heel graag in het zand liggen!

 

DE LIGBOX DIE PAST BIJ UW KOEIEN:

Te vaak zie ik nog te kleine ligboxen, of zoals u wil “te grote koeien” in de stal. Zelf noem ik zulke situaties “een moderne koe in een gedateerde stal”. Naast dierenwelzijn, diergezondheid en langleefbaarheid voorkomt een op de koe afgestemde ligplaats ook bevuiling. Tevens liggen de koeien langer, comfortabeler en herkauwen ze duidelijk meer. De melk wordt naar mijn mening nog altijd liggend gemaakt!

Reinig indien mogelijk de ligboxen minimaal 2x per dag. Verwijder daarbij natte plekken en plekken met mest, urine en melkresten.

 

SCHONE EN DROGE VLOEREN:

Helaas gaat het hier in de praktijk heel vaak mis. Glijpartijen met alle gevolgen van dien, gladde natte vloeren, klauwproblemen en hierdoor extra stress bij de koeien. Inzake vloeren hebben we nog een lange weg te gaan. Een weg die vaak door milieuregelgeving nog eens extra moeilijk begaanbaar en extra lang wordt. Dit gezegd hebbende en binnen de grenzen van het mogelijke, is het zaak om de vloer zo schoon en droog mogelijk te houden. Verwijder daarom regelmatig mest en zorg dat uw stalventilatie in orde is.

 

DE REINIGINGSCYCLUS VAN DE MELKROBOT:

De instelling en uitvoering kan per merk en type robot verschillen.

Op hoofdlijnen bestaat de reiniging uit drie processtappen: 

voorspoeling, hoofdreiniging en naspoeling. 

 

De voorspoeling, (maximale watertemperatuur 40 °C), heeft tot doel om de melk- en vuilresten uit het systeem te verwijderen. Dit vindt plaats door een zogenaamde verdringingsspoeling en is nodig om te voorkomen dat tijdens de hoofdspoeling de eiwitten neerslaan. Dit neerslaan heeft een negatief effect op de werking van het toegevoegde reinigingsmiddel.

 

De hoofdreiniging, deze reinigt en ontsmet de melkrobot en de leidingen. Er vindt daarbij meestal een hittereiniging in combinatie met een reinigingsmiddel plaats. Water van 98 °C wordt dan direct na het melken door de installatie gezogen en daarna direct afgevoerd. Door gedurende minimaal 2 minuten een temperatuur van > 77 °C te creëren, kan effectief het doden van bacteriën worden bereikt.

 

De naspoeling, volgend op de hoofdreiniging. Dit voorkomt dat resten van reinigingsmiddel achterblijven en het voorkomt aantasting van metaaloppervlakken door zuurstof en water (corrosie). Het is wenselijk dat het systeem snel wordt afgekoeld. Daarom dient de naspoeling direct met koud leidingwater te gebeuren.