· 

MAXIMALE GROEI VAN UW KALVEREN VANAF DAG 1: HET LOONT ALTIJD MAAR GAAT NIET VANZELF... (deel 4)

 

DE DRINKHOUDING VAN HET KALF

Kalveren dienen met opgeheven kop en gestrekte hals te drinken. Dit versterkt de slokdarmsleuf reflex.

Een onnatuurlijke drinkhouding voor het kalf is drinken uit een emmer (met of zonder drijvende speen). Deze methode heeft daardoor een negatieve invloed op de groei en de spijsvertering van het dier.

 

(Zou dit de reden kunnen zijn dat onze baby’s geen melk uit een soepbord krijgen...?).

 

De melk passeert het verteringsapparaat veel sneller bij drinken uit een emmer dan bij zuigen aan een speenemmer of drinkautomaat.

Kalveren drinken een emmer vaak in minder dan 40 seconden leeg. Ter vergelijking, dezelfde hoeveelheid melk door een speen opgenomen, drinken kalveren in 4 tot 6 minuten.

Snel drinken betekent dat er meer melk per tijdseenheid de lebmaag bereikt. Dit heeft een negatief effect op de vorming van wrongel in de lebmaag. Een ander gevolg is een teveel aan suiker, (lactose) in de darm. Beiden leiden tot voedingsdiarree.

 

Het magenstelsel is bij jonge kalveren nog maar nauwelijks ontwikkeld. Bij het pasgeboren kalf kan de lebmaag, (hierin vindt de vertering van de melk plaats), tussen de 1,5 en 2 liter bevatten. De pens heeft dan slechts een volume van circa 0,75 liter. Op 8 weken leeftijd kunnen zowel de pens als de lebmaag al 6 liter bevatten. 

Tussen de 3e en de 8e levensweek is de groei van de pens bij het kalf relatief veel groter dan de eigenlijke groei van het kalf zelf. Tegen het einde van de “melkfase” is de pens vergroot tot circa 14 liter, terwijl de lebmaag dan circa 7 liter kan bevatten. 

 

Wist u dat bij volwassen runderen de verhouding pens versus lebmaag, 90 : 10 is? 

 

Bij pasgeboren kalveren is het, (ondanks de omvang van de lebmaag), geen enkel probleem om binnen een kort tijdsbestek tot 4 liter biest te verstrekken. Het overschot loopt dan vanuit de lebmaag over naar de pens. Dit kan uitzonderlijk bij pasgeboren kalveren en zal niet tot problemen leiden. Direct na de geboorte van het kalf is er namelijk nog geen bacterieleven in de pens aanwezig.

 

 

ONDERLING ZUIGEN BIJ KALVEREN (“CROSS-SUCKING”)

De snelheid van melkopname heeft duidelijk invloed op cross-sucking. Als de melkstroomsnelheid vermindert, moeten de kalveren langer zuigen om hun portie melk op te nemen.

De kalveren spenderen daardoor meer tijd aan het opnemen van melk, (in de drinkautomaat of aan de speenemmer). De zuigactiviteit wordt dan meer gestimuleerdt en dat verhoogt het verzadigingsgevoel.

 

De eerste oplossing om cross-sucking te verminderen is ervoor te zorgen dat de kalveren langer moeten zuigen om hun melk op te nemen. 

De tijd van niet voedend zuigen is daarbij minstens omgekeerd evenredig aan de tijd die kalveren nodig hebben om hun portie melk op te nemen. Men ziet in het bijzonder een daling in de duur van cross-sucking bij de vergelijking van kalveren die met speenemmers worden gevoederd, ten opzichte van kalveren die de melk in gewone emmers krijgen.

 

DRINKAUTOMAAT: VRIJ TOEGANKELIJK OF MET EEN POORTJE

Bij drinkautomaten kan men werken met een vrije toegang tot de speen of met een poortje. Het poortje sluit de kalveren op tijdens de melkopname en zorgt ervoor dat ze niet gestoord of weggejaagd worden. Hierdoor zal het bezoek aan de drinkautomaat langer duren zowel voor beloonde als onbeloonde bezoeken. De kalveren zullen dus meer tijd spenderen om te zuigen op een lege speen.

Cross-sucking gedurende de eerste vijftien minuten komt daardoor minder frequent voor bij kalveren met een drinkautomaat die voorzien is van afsluitmogelijkheden.

 

Het geslacht, ras of leeftijd van de kalveren heeft geen significante invloed op cross-sucking.

De verstrekte hoeveelheid melk, en de manier waarop dit wordt aangeboden echter wel!

 

Uit proeven waarbij kalveren eerst bij een drinkautomaat worden gezet zonder opsluitmogelijkheid, en daarna bij een drinkautomaat met poortje bleek dat cross-sucking na melkopname daalde door het plaatsen van een poortje. 

Een andere praktische oplossing is de kalveren voor minimaal tien minuten na de melkopname op te sluiten. De kalveren kunnen dan niet aan andere kalveren zuigen, waardoor hun zuigmotivatie zal dalen.

 

GERINGE HOEVEELHEDEN MELK EN/OF KLEINE MELKPORTIES VERHOGEN HET ONDERLING ZUIGEN BIJ KALVEREN

Kalveren die te weinig melk en/of te kleine melkporties krijgen, nijgen tot extra zuiggedrag na melkopname. De oorzaak van deze zuigmotivatie is een niet verzadigd gevoel bij het kalf ten gevolge van een te geringe hoeveelheid melk.

Laag energetisch voer stimuleert cross-sucking. Het is daarom extra belangrijk om de energie opname onder de vorm van vast voedsel te stimuleren, met nadruk op de laatste weken vóór het spenen. 

Smakelijk vers en onbeperkt voer, goed bereikbaar, zal het risico op cross-sucking verkleinen.

 

Snel en abrupt spenen vergroot de kans op cross-sucking. Bij snel en/of abrupt spenen gaan de kalveren onderling meer zuigen. De melkgift geleidelijk afbouwen is daarom gewenst. Belangrijk hierbij is dat er voldoende dagen gebruikt worden om de melkporties af te bouwen. Bij een drinkautomaat kan dit goed worden ingesteld. 

Geef de kalveren ruim de tijd om het wegvallen van de melk te compenseren door het eten van extra ruwvoer. Dieren die dit niet gewoon zijn hebben hiervoor al snel 7 tot 10 dagen nodig.