· 

PASTEURISEREN VAN COLOSTRUM EN PASTEURISEREN VAN MELK BESTEMD VOOR KALVEREN (deel 3)

Het pasteuriseren van colostrum en koemelk kent helaas ook nadelen.

Gedurende het pasteurisatieproces gaan er onvermijdelijk goede eiwitten kapot, en zal het immunoglobuline gehalte in het colostrum meestal dalen.

 

Zowel bij het pasteuriseren van biest als van melk wordt het aantal ziektekiemen sterk gereduceerd.

Om de MELK te pasteuriseren wordt deze verhit tot 65 à 66 °C, een half uur op deze temperatuur gehouden en dan weer terug gekoeld, (vaak tot op “voertemperatuur”).

BIEST gedurende een uur warmer dan 60 °C verhit, zal onherroepelijk gaan klonteren!!

 

Bij pasteuriseren gaat het veehouders vaak om het verminderen van het totale kiemgetal in melk of biest, (een reductie van de aanwezige bacteriën inclusief de voorkoming van overdracht van salmonella en para-tbc).

Pasteuriseren is helaas geen werkende methode ter voorkoming van para-tbc!

De overdracht van para-tbc vindt namelijk in hoofdzaak plaats via de mest.

Een verbeterde hygiëne op dit gebied werkt bij de bestrijding van para-tbc dus veel efficiënter, sneller en is vaak ook nog veel goedkoper.

 

VERWACHT VAN PASTEURISEREN GEEN WONDEREN ALS JE JE ZAKEN NIET OP ORDE HEBT…

De biest die gemolken wordt dient net zo hygiënisch te worden gemolken en te worden verwerkt als alle andere melk.

Vaak schiet de hygiëne van de minimelker daarbij ernstig tekort.

Reinig deze na elke melkbeurt zoals het hoort, en berg hem op een schone plek op.

 

De daarmee verkregen biest of melk dient direct koel opgeslagen te worden en afgedekt te worden tegen vervuiling van buitenaf.

 

Voor de spenen en de drinkemmer geldt eigenlijk hetzelfde.

Deze dienen onberispelijk schoon te zijn en vrij van beschadigingen, (vervang daarom tijdig oude harde spenen met groeven!…).

 

In geval je deze zaken goed op orde hebt, kan pasteurisatie mogelijk bijdragen tot een verdere optimalisatie van het proces rond hygiënische biest- en melkverstrekking aan het jonge kalf.