· 

HOE KUN JE ONDERLING ZUIGENDE KALVEREN ZOVEEL MOGELIJK VOORKOMEN

Alle jonge zoogdieren zijn gemotiveerd om te zuigen. 

Dit is logisch, want in de natuur kan een lage zuigmotivatie de overleving van de jongen in gevaar brengen. 

Zelfs als kalveren veel melk uit een open emmer krijgen, blijven de kalveren zoeken naar dingen of soortgenoten om te gaan zuigen.  

 

Melk verstrekken via een emmer zonder speen kan dan wel voldoen aan de voedingsbehoefte van een kalf, maar het stelt het kalf niet in staat de aangeboren motivatie om te zuigen te bevredigen.

 

Zuigen is niet alleen bedoeld om melk in het kalf te krijgen, maar het vervult ook andere belangrijke biologische functies.

Wanneer kalveren zuigen, komen er spijsverteringshormonen vrij waardoor de opname van voedingsstoffen kan plaatsvinden.

Kalveren krijgen daardoor een "verzadigd" gevoel. 

Zuigen verbetert ook de sluiting van de slokdarmsleuf.

Daardoor komt melk niet in de pens, maar rechtstreeks in de lebmaag, waar het dan wordt verteerd. 

Melk in de pens gaat fermenteren, met als gevolg: gasvorming en een opgeblazen gevoel, verminderde voerefficiëntie en vertraagde groei.

 

Indien kalveren niet bij de koe kunnen zuigen, is de kans groot dat ze dit onderling gaan doen.

Ze hebben een natuurlijke zuigdrang en zuigbehoefte. Deze behoefte is direct na het einde van de melkvoeding het grootst en daalt daarna lineair (tot een verwaarloosbaar niveau), +/- 15 minuten na de melkvoeding. 

Onderling zuigende kalveren richten zich in 78% van de gevallen op de liesstreek van andere kalveren, en dan met name op het uier- of scrotumweefsel.

HET BEPERKEN VAN ONDERLING ZUIGENDE KALVEREN:

 

Het beste resultaat bereik je door te voldoen aan de natuurlijke zuigmotivatie en zuigbehoefte van kalveren tijdens (en na) de melkverstrekking.

 

Dit bereik je door:

1.    De melk altijd met een speen te verstrekken:

        kalveren moeten dan zuigen in plaats van (onnatuurlijk) drinken uit een emmer zonder speen.

        Uit oogpunt van natuurlijk gedrag, natuurlijke behoefte en dierenwelzijn, is het verstrekken van melk door middel van een speen

        aan (kunstmatig opgefokte) kalveren, de enige juiste methode.

2.    geef kalveren voldoende melk via de speen, 

3.    Laat speenemmers of -flessen 10 tot 15 minuten aan de kalverboxen hangen, nadat de kalveren hun melk op hebben:

        daarmee wordt het tijdsbestek dat ze kunnen zuigen langer, en voldoe je aan de zuigbehoefte zonder dat de kalveren aan andere kalveren

        of dingen in het hok gaat zuigen.

4.    gebruik een "langzame" speen:

        de kalveren moeten dan intensief zuigen om de hoeveelheid melk te kunnen opnemen. Door de trage melkstroom drinken kalveren veel

        langer, produceren ze veel meer speeksel en komt men tegemoet aan hun zuigbehoefte.

5.    bij groepshuisvesting tijdens het drinken:

       neem concurrentie voor melk en een speen weg, door te zorgen dat minimaal elk kalf een speen ter beschikking heeft.

6.    Verstrek lekker, vers en structuurrijk ruwvoer na elke melkgift. Dit bevordert niet alleen de speekselproductie, de pens ontwikkeling en de

        vertering, het gaat ook verveling tegen.

 

Tot slot:

De motivatie tot zuigen wordt o.a. beïnvloed door de opname van melk. De smaak van melk (lactose), stimuleert het zuiggedrag.

Ook een tekort aan energie of nutriënten zal het zuiggedrag stimuleren.

De motivatie om te zuigen wordt meer verminderd door het zuigen zelf dan door de eigenlijke inname van melk!

Het zuigen aan voorwerpen heeft een duidelijke invloed op het metabolisme.

Zo is er sprake van een concentratie toename aan insuline en cholecystokinine in het lichaam.

Dit werkt kalmerend op alle zoogdieren, en de werking is vergelijkbaar met de "fopspeen" of het duimzuigen bij kinderen.

Hogere concentraties aan insuline en cholecystokinine in het lichaam zorgen daarnaast ook voor een betere vertering en een onderdrukking van het hongergevoel, waardoor de motivatie om te zuigen duidelijk wordt verminderd.