Statement of the week


Eindelijk...

"Laat uw kalveren maximaal groeien", daarvoor pleit ik al sinds jaar en dag. 

Tijdens "keukentafelgesprekken", op studiebijeenkomsten, bedrijfsbezoeken, op scholen en op seminars. Ik heb er zelfs diverse PowerPoint presentaties over gemaakt.  

 

Te vaak zie ik kalveren met achterstand in ontwikkeling doordat ze beperkt worden in melkgift (of gehaltes). 

De combinatie van beiden is helemaal funest voor de ontwikkeling van het kalf.

Als je dan vraagt waarom de kalveren "beperkt" worden, hoor je vaak twee dingen:

1. "Veel melk en/of intensief voeren veroorzaakt diarree bij het kalf",

2. "Waarom zou ik het kalf veel melk geven en/of intensief voeren? Het wordt door de handel toch niet gewaardeerd, kan financieel niet uit". 

 

Dat het door velen in de handel niet gewaardeerd wordt, klopt helaas.

Volgens mij klopt het ook dat in een marktwerking kwaliteit een andere waardering krijgt dan kwantiteit.

 

Terug naar de kalvergroei:

Efficiënte (jeugd)groei neemt af met de toename in leeftijd, en een opgelopen groeiachterstand is daardoor nooit meer in te halen.

Ontwikkeling en groei in de eerste 6 weken na de geboorte bepalen mede de melkproductie en de gehaltes bij de toekomstige (melk)koe.

Uit steeds meer recent gepubliceerde praktijksituaties en -proeven blijkt dat mijn stelling "Laat uw kalveren maximaal groeien", uiteindelijk vruchten afwerpt.  Vruchtbaarheid, melkproductie,  gehaltes vet/eiwit, weerstand tegen ziekten, levensduur,  het zijn allemaal criteria die positief beïnvloed worden door een maximale benutting van de jeugdgroei.  

 

Laatst vroeg iemand mij waar ik de kennis inzake jeugdgroei vandaan haalde, en waarom er nog zo weinig aandacht voor is.

Om met de laatste vraag te beginnen:

Er is naar mijn mening zo weinig aandacht voor omdat al generaties lang geroepen wordt: "van veel melk krijgt het kalf diarree".

De laatste jaren spelen economische motieven als: "Het wordt door de handel niet gewaardeerd", ook een aanzienlijke rol mee.

En als antwoord op de eerste vraag: de natuur is mijn voorbeeld, ze laat je exact zien wat goed en fout gaat.

Vanuit die gedachtegang heb ik de onderneming Low Stress Stockmanship Europe opgericht, met als doel deze kennis uit te dragen.

Niet proberen negatieve situaties te bestrijden met kunstgrepen en beperkingen, maar de oorzaak van deze situaties opsporen en structureel trachten te verbeteren. Dat is mijn overtuiging en werkwijze.

Gelukkig krijgt deze aanpak steeds meer navolging bij zowel de veehouderij als ook bij de toeleveranciers.

Eindelijk...

 

Ronald Rongen


Boeren met toekomst, voor onze toekomstige boeren

Tijdens mijn werk belandde ik laatst onbedoeld midden in een interessante discussie tussen een journalist, een biologische melkveehouder, en een melkveehouder met 520 koeien. (laatste staan 24 uur per dag in een vol geautomatiseerde en gemechaniseerde stal van 2 jaar oud).

Onderwerpen van deze dialoog waren subsidiëring van de landbouw, en klimaatverandering door CO2 belasting.

 

Als onafhankelijke tafelgenoot met een luisterend oor, viel mij op dat bij deze onderwerpen het microklimaat rond de tafel snel verhitte.

Van een verhoogde CO2 uitstoot nog maar te zwijgen.

Nadat de beide veehouders hun standpunten met verve gedeeld hadden, keken er 3 paar ogen mijn kant op;

“hoe kijkt u tegen deze problematiek aan?", vroeg de journalist.

Het werd doodstil, je zou het stilte voor de CO2 storm kunnen noemen.  

 

Welnu, wij leven allemaal van, en op deze ene planeet. Daar moeten wij dus erg zuinig op zijn.

De grond die ons ter beschikking staat moeten wij daarom koesteren en goed behandelen, het vormt DE onmisbare schakel in ons complex ecosysteem.

Landbouwbedrijven die humusrijke grond bevorderen en in stand houden, moet men daarom ondersteunen en stimuleren.

Goede, humusrijke grond "vreet" (bijna letterlijk), CO2 en is in staat dit te veranderen in biomassa.

Als we over subsidie spreken, verdient deze vorm van landbouw direct meer subsidie en meer waardering.

Mondiaal zouden subsidiegelden afkomstig uit een CO2 belasting van vervuilende industrie en -landbouw moeten kunnen vloeien naar landbouwers die met hun werkwijze het klimaat aantoonbaar verbeteren. 

Het is toch onze gezamenlijke taak ervoor te zorgen dat de industriële- en de landbouwsector CO2 absorbeert i.p.v. uitstoot! 

 

Momenteel vindt er mondiaal op alle terreinen en in alle sectoren schaalvergroting plaats. Gestimuleerd door diverse subsidies, waaronder subsidieregelingen per hectare.

Naar mijn overtuiging is dit geen goed systeem. Gericht op de toekomstige generaties moet klimaatvriendelijke landbouw rendabeler worden dan grootschalige landbouw. 

Het is de taak van ons allemaal, (met name via de politiek) ervoor te zorgen dat vervuilend en vernietigend handelen en produceren, duurder en op termijn onmogelijk wordt.

Verstandig, toekomstgericht handelen en produceren zou daarentegen veel goedkoper en lucratiever moeten worden.

Iedereen roept altijd “wie de jeugd heeft, heeft de toekomst”.  Daarom wordt het hoog tijd dat wij als gezamenlijke beschaving leren, ook aan het wel en wee van onze toekomstige generaties te denken, en niet alleen maar aan onze eigen toekomst.

Noem het maar gerust micro- en macroklimaat.


De koeien gaan niet eens naar buiten...

Met enige regelmaat proberen diverse partijen en bedrijven mij ervan te overtuigen dat koeien beter op stal staan dan dat ze op de weide  grazen.  Op zich een lovenswaardig streven, en ik bewonder daarbij de vasthoudendheid en de creativiteit van sommige mensen.

Vaak zijn de argumenten al snel te reduceren tot een hand vol economische motieven, waarbij volledig voorbijgegaan wordt aan de natuurlijke behoeften van de koeien in kwestie.  En dit ondanks  het gegeven dat de natuur je exact laat zien waar en waarom het goed of fout gaat. Zelfs in- en rond de stal, je hoeft alleen maar te kijken en hetgeen je ziet te analyseren.

 

13 augustus 2020, ik ben op bezoek bij een melkveehouder.

Deze melkveehouder wil weidemelk gaan produceren en speelt met de gedachte om zich daarvoor aan te melden bij de stichting Weidegang.

Er is echter een acuut probleem:  zijn melkkoeien weigeren om naar buiten te gaan. 

Op de vraag aan hem of hij zich al eens afgevraagd had waarom zijn koeien niet naar buiten gaan, bleef het heel erg stil. 

Ook al zijn er ondernemers die het met klem tegenspreken, koeien die buiten grazen, liggen, herkauwen en mesten vertonen gewoon natuurlijk gedrag! Runderen die niet naar buiten willen, kun je vergelijken met vissen die niet in het water willen omdat ze dan nat worden.... Het is onnatuurlijk gedrag!

 

Tijdens de rondgang vallen mij een paar dingen op, ik noem er slechts enkele:

- Bij de staluitgang begint het kavelpad, gemaakt van scherp gebroken- en los gestort puin,

- op- en rond de weiden is geen enkele schaduwplek te bespeuren, geen bomen noch struiken of gebouwen,

- drinkgelegenheid ontbreekt volledig buiten. De koeien moeten volgens de veehouder maar in de stal komen drinken.

 

Diezelfde dag in het avondjournaal:

"Rotterdam maakt werk aan verkoeling van de stad door het planten van bomen op stadspleinen en in straten".

 

Nu weet je meteen waarom koeien "zo graag op stal staan". 

Om exact dezelfde reden als de stedelingen die op het heetst van de dag noodgedwongen binnen blijven, ramen en rolluiken sluiten en de airco aanzetten. En dan heb ik het nog niet over het (soms op blote voeten), lopen over los grind, puin of op de hete klinkers in de stad.

Zelfs mensen vertonen (vaak onbewust), natuurlijk gedrag. En daarvoor hoef je niet eens in Rotterdam te zijn...


Veehouders besteden doorgaans veel aandacht aan stierkeuzes.              Ze streven zo naar de voor hun "ideale" koe.                                                      Dit idealisme wordt vaak getemperd doordat het groeipotentieel van het kalf in de opfokperiode, niet optimaal werd benut.


"De dagelijkse realiteit van de meeste boeren, hun gewassen en hun dieren, berust op de dagelijkse wreedheden van de natuur, de politiek en de banken".

© 2020 Ronald Rongen


LOW STRESS STOCKMANSHIP EUROPE, ALSO KNOWN IN UKRAINE

The Ukrainian "Agroexpert", (subsidiary of the Austrian Landwirt Agrarmedien GmbH), published an article last month (06/2020) about my work and views on the topic "Less stress in the cowshed".

 

Once the Coronavirus COVID-19 is under control, lectures, seminars and practical training will also be resumed by me abroad.

Please feel free to contact me.

 

Ronald Rongen


Het stierkalfje “Dante“

Vandaag eens iets totaal anders: 

Een verhaal over een bijzonder stierkalfje en zijn bijzondere verzorgers.

In het Duitse Schleswig Holstein, op een rundveebedrijf waar dubbeldoel koeien met kalveren het jaar rond buiten lopen in natuurweiden, werd het stierkalfje “Dante“ geboren.

Op zich niets bijzonders, ware het niet dat Dante is geboren met lenscataract aan beide ogen.

Na een periode van melkveehouderij besloot veehouder Andreas om zijn melkkoeien te kruisen met Hereford stieren.

Door de jaren heen ontstond zo een dubbeldoel koe die perfect past binnen de doelstellingen van deze rundveehouder. De koeien op dit extensief bedrijf zijn duurzaam en bereiken leeftijden hoger dan 14 jaar.

 

Na de geboorte van Dante was al meteen duidelijk dat er iets mis is.

“Het kalfje bleef veel liggen, was apathisch en had zo’n vreemde blik in de ogen”, aldus de veehouder.

Andreas en Marga wilden Dante een kans geven en omringden hem met alle zorg en toewijding.

Zo werd Dante dagelijks meermaals gestimuleerd om op te staan en leerde hij letterlijk lopen. 

Velen zouden allang de moed en de hoop opgegeven hebben, deze gepassioneerde dierenliefhebbers niet.

 

Andreas en Marga stuurden mij video’s en foto’s waaruit de diagnose lenscataract gemakkelijk is vast te stellen.

Groot was de opluchting toen ik hen kon melden dat dit kalfje niet 100% blind is.

Tijdens mijn latere bezoek aan dit bedrijf kon ik zien wat doorzettingsvermogen, vertrouwen en geduld oplevert.

Dante loopt gewoon in de kudde, zijn moeder houdt hem extra in de gaten, en als ze te ver weg is past een “tante” op dat hem niets overkomt.

 

Een medische check-up bevestigde dat Dante inderdaad niet 100% blind is, maar nog vage contouren kan waarnemen.

Voor de rest is hij kerngezond en een echte speelse doorzetter.

 

De hele familie heeft het stiertje zo lief dat hij mag blijven.

Niet vanwege zijn handicap, maar vanwege het feit dat zowel de veehouder als Dante zo snel niet opgeven!

 

Ronald Rongen


Veranderen begint altijd met het nemen van een beslissing

Als ik dit schrijf is het half juli 2020 en volop vakantietijd.

Wereldwijd worden er momenteel dagelijks trieste records verpulvert als het gaat om nieuwe geregistreerde Corona infecties.

Er is steeds minder draagvlak onder de mensen als het gaat om preventieve maatregelen ter voorkoming van Corona besmetting. 

Mensen creëren liever hun eigen richtlijnen, complottheorieën en "waarheden", vooral tijdens hun vakantie. 

Een beslissing die niet alleen hunzelf treft, maar die helaas ook grote gevolgen heeft voor ons allemaal!

 

In de veehouderij zijn quarantaine maatregelen en zoveel mogelijk vermijden van contacten tussen bedrijven algemeen ingeburgerd. 

Dat dit zijn vruchten heeft afgeworpen moge blijken uit de behaalde resultaten inzake georganiseerde dierziektebestrijding.

Preventieve maatregelen, hoe moeilijk ook,  inzake (infectie)ziektebestrijding hebben hier hun nut bewezen.  

   

Veranderen begint altijd met het nemen van een beslissing, daarbij vraag ik mij serieus af:

Wanneer beslissen mensen om Corona of COVID-19 door middel van een georganiseerde, gedisciplineerde en gezamenlijke aanpak te lijf te gaan?

Het virus wordt veelal van mens op mens overgedragen.

Hoog tijd te beslissen om het virus gezamenlijk en georganiseerd onder controle te krijgen.  

 

Ronald Rongen


Bruggen slaan en wegen bouwen tussen consument en producent

Bruggen slaan en wegen bouwen tussen consument en producent doe je volgens mij niet door deze bruggen en wegen te blokkeren.

Je gelijk afdwingen onder luid en grof taalgebruik, en daarbij je stekels opzetten richting "andersdenkenden" maakt evenmin indruk.

Sterker nog, het werkt vaak averechts.

 

De geschiedenis leert dat naar elkaar luisteren en met elkaar praten (naast respect), draagvlak, vertrouwen en wederzijds begrip creëert.

Door te luisteren en te praten kunnen producenten en consumenten hun ware intenties tonen en deze bespreekbaar maken.

Verander elkaars wereld niet met geweld, maar probeer elkaars wereld samen respectvol te begrijpen!

 

Alle partijen leven tenslotte op één en dezelfde wereld.

Een wereld waarin consument en producent niet zonder elkaar kunnen...     


Kalveren beperken in melkgift leidt tot een beperktere melkgift

Een melkveehouder gaf zijn kalveren bewust de eerste 7 à 8 weken weinig melk, naar zijn mening ter voorkoming van kalverdiarree.

Dit vertelde hij toen ik hem adviseerde de groei en ontwikkeling bij zijn kalveren maximaal te benutten.

Maximaal benutten is minimaal in de melk- en voedingsstoffenbehoefte van het kalf voorzien.

 

Naar behoefte (en dus optimaal), gevoerde kalveren hebben naast goed ontwikkelde organen, ook meer reserve en veerkracht.

Uit goed ontwikkelde kalveren ontstaan later goed ontwikkelde langlevende koeien die door hun reserve een hogere melkproductie kunnen realiseren.

Ze zijn van jongs af aan geprogrammeerd (en gewend), grotere hoeveelheden voer om te zetten in dierlijke eiwitten.  

Epigenetica noemen we dat.

 

Kalveren die tot speenleeftijd in de voedingsbehoefte gekort worden, "programmeer" je om te leven op een schaars rantsoen.

Eens deze kalveren koeien zijn, krijgen ze gek genoeg meestal ad libitum voer.

Daar kunnen ze gezien hun "jeugdverleden" niet efficiënt genoeg mee omgaan...

 

Kalveren met een optimale jeugdgroei, zijn op een grotere voeropname geprogrammeerd, hun hele leven lang.

Ze benutten het aangeboden rantsoen daardoor beter, wat zich o.a. vertaalt in een grotere melkgift.

Jeugdgroei maximaal benutten geeft meer rendement en een hogere weerstand! Dat blijft mijn credo.

 

 

Enkele gehoorde tegenargumenten uit het veld:

* meer (kunst)melk voeren geeft extra diarree, 

* meer (kunst)melk voeren kan financieel nooit uit,

* meer (kunst)melk voeren heeft geen zin, het kalf brengt in de handel toch niks of te weinig op,

* Sommige melkpoederfabrikanten raden hogere melkgiften af, hun receptuur zou daarvoor niet geschikt zijn

* .....

 

"De jeugd is onze toekomst", roepen ouders in koor. Dit geldt ook voor uw kalveren.

In bovenstaande uitleg beperk ik mij bewust tot de éérste 9 weken uit het leven van het geboren kalf.

 

Wist u dat de eigenlijke basis voor een toekomstige melkkoe al veel eerder wordt gelegd?

Naast stierkeuze, hebben de omstandigheden tijdens de gehele dracht (niet alleen de droogstandperiode), een grote invloed op de latere prestaties van de nakomeling. Maar dat voert hier nu te ver.

 

Ik ben al tevreden als wij gezamenlijk eens nuchter en kritisch naar onze eigen kalveropfok kijken en daarbij open staan voor veranderingen.

Het komt niet alleen de sector, maar ook de individuele melkveehouder en zijn dieren ten goede.

 

Ronald Rongen


Het wordt de derde week van juni 2020 weer heet en benauwd. Vergeet daarbij de kalfjes niet...

Als de temperatuur stijgt, lopen vele rundveehouders rechtstreeks naar de koeienstal om te zorgen dat de ventilatie (indien aanwezig, ventilatoren / waterkoeling), optimaal functioneert.

 

Logisch, want u weet natuurlijk dat hittestress negatieve effecten heeft op de melkproductie bij koeien.

Het beïnvloed de gezondheid en het welzijn van de koeien, en treft daarmee de melkveehouder direct in de portemonnee.

 

Nu zat ik zo te denken...:

"Hoe vaak loopt u in tijden van hittestress naar de kalverstal of naar de kalverhokken om te zien hoe de kalveren met deze warme periode kunnen omgaan?

Zijn u en uw kalveren ook goed voorbereid op een hittegolf?

 

Ronald Rongen


Hoe koel is het bij u op het bedrijf?

Droogte en hitte,  voor het derde achtereenvolgende jaar worden wij ermee geconfronteerd.  Voor mij was 1976 een memorabel jaar als het om droogte gaat. 2020 is in meerdere opzichten ook een jaar om nooit  te vergeten.

 

Koeien en kalveren  hebben het al snel structureel te warm. Dit uit zich door verminderde productie en  groei, en door lichamelijke ongemakken. 

Veehouders zorgen doorgaans goed voor hun dieren, toch moeten we alert blijven op hittestress. Hoe is de situatie bij u op het bedrijf? 

Heeft u maatregelen getroffen om hittestress bij uw dieren voor te zijn?

Weet u al hoe warm het in uw kalveriglo is, en of uw koeien voldoende schoon en fris drinkwater kunnen opnemen?

Naar mijn mening is het structureel koelen van dieren in dierverblijven geen toekomstmuziek maar de realiteit van alle dag.

 

Graag help ik u verder om op een praktijkgerichte en realistische manier een voor uw veestapel aangenaam stalklimaat te realiseren.

Neem daarvoor gerust contact met mij op.

Tevreden en gezonde koeien zijn immers de sleutel tot uw succes.

 

Ronald Rongen


Een ontnuchterende vaststelling inzake kalversterfte

Als je de door de RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland) in 2019 gepubliceerde cijfers bekijkt, zie je dat 20% van alle kalveren doodgeboren is of sterft binnen 14 dagen.

 

Velen betwisten of ontkennen dit cijfer of bedenken allerlei redenen en uitvluchten om maar in de verdediging te gaan.

Een mening over de RVO en haar werkwijze heb ik niet, wel heb ik een mening over de hedendaagse kalveropfok. 

 

Het terugdringen van de kalversterfte is niet eenvoudig maar zeker niet onmogelijk! Vaak zit het in de details.

Het begint met eens kritisch naar jezelf te kijken, en je daarbij de vraag te stellen of de werkwijze die je hanteert wel aansluit bij de behoefte van het dier. Mogelijk betrap je jezelf dan al snel op verbeterpunten...

 

Voeding van de drachtige koe, kwaliteit & hoeveelheid van de te verstrekken biest, de manier van biest verstrekking, de huisvesting van het kalf, dagelijkse hoeveelheid melk aan het kalf, de drinksnelheid van het kalf, tocht, extreme kou en extreme warmte...

ik ben nu verre van volledig maar dit zijn allemaal aandachtspunten die direct invloed hebben op de overlevingskansen van uw kalveren.

Al zullen sommigen onder u ook dat als onwaar en als onzin willen afdoen.

 

Mij valt op dat diarree in combinatie met uitdroging de meest gevonden doodsoorzaak is bij de ter sectie aangeboden jonge kalveren.

Direct daarna gevolgd door luchtweginfecties.

 

Ook ik heb het terugdringen van de kalversterfte in de sector als doel gesteld.

Wij hebben tenslotte een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid tegenover de maatschappij, tegenover mens en dier.

De eerste stap is echter aan u, neem daarom gerust contact met mij op.

Ik help u graag op een praktijkgerichte manier verder.

 

Ronald Rongen 


VOOR VEEL UITBRAKEN VAN ZOÖNOSEN GELDT DAT DE DIRECTE BESTRIJDING VAAK UIT LAPMIDDELEN BESTAAT EN DAARBIJ VOORBIJGEGAAN WORDT AAN DE EIGENLIJKE OORZAKEN

Maart 2020, de Chinese hoefijzervleermuis wordt als hoofdverdachte gezien bij de Corona (Covid-19) uitbraak die ons nu wereldwijd treft.

Of ze de eigenlijke veroorzaker is, is nog maar de vraag. Deze vleermuis is slechts drager van verschillende virussen die veel lijken op het Corona virus. Het beestje zelf wordt er trouwens niet ziek van.

 

Waarschijnlijker is het dat een ‘tussengastheer’ betrokken is bij de virusoverdracht van dier op mens. De met schubben bedekte miereneter (Pangolin), die in China op de menukaart staat en waarvan ook “medicijnen” gemaakt worden.

Of een Civet katachtige, (de witsnorpalmroller), deze laatste was ook al in 2003 in opspraak bij de SARS epidemie. Na deze SARS uitbraak in 2003 ontdekten onderzoekers dat uit bepaalde vleermuizen in Zuidoost-Azië, virussen konden worden geïsoleerd die sterk lijken op het originele SARS virus. Zuidoost-Azië, het is een echte “Hotspot”.

De Chinese overheid heeft de dierenmarkten aldaar verboden. Maar zelfs het totalitaire systeem van dat land kan niet verhinderen dat de markten nu illegaal worden gehouden. Veel wilde dieren worden er levend verhandeld en op verzoek ter plekke geslacht, dit alles in de open lucht. Cultuur verankerde traditie vermengt met (vermeende) medicinale eigenschappen. Een perfecte bakermat voor periodieke uitbraken van ziekten.

 

Naar mijn overtuiging zullen zoönosen en pandemieën in frequentie en omvang alleen maar toenemen, en daarbij de mens dwingen anders met (huis)dieren en dierhouderij om te gaan.

Ecocentrisch denken in plaats van antropocentrisch denken. De mensheid is onderdeel van de natuur en haar complexe ecosysteem. In plaats van dit ecosysteem naar zijn hand te willen vormen en te willen beheersen, moet de mens weer leren zijn plaats in de natuur (en in het ecosysteem), te kennen.

 

Voor veel uitbraken van zoönosen geldt dat de directe bestrijding vaak uit lapmiddelen bestaat en daarbij voorbijgegaan wordt aan de eigenlijke oorzaken. Oorzaken zoals de toename van de humane populatie en verandering van gedrag en consumptiepatroon bij de mens.

Denk daarbij aan het vele reizen en het enorme handelsverkeer in de wereld. Als we niet zoveel zouden reizen, zou de verspreiding van het Corona virus ook heel anders zijn verlopen. Lokaal voorkomende ziekten worden door dit gedrag ineens mondiaal voorkomende ziekten.

 

Het eigenlijke probleem is dat wij mensen ons tegenover de natuur plaatsen. De natuur slaat dan genadeloos terug.

Een andere kijk op, en omgang met dier en natuur is naar mijn overtuiging dan ook onvermijdelijk en (letterlijk) van levensbelang.


"Gezelschapsdier of productiedier", dat maakt het verschil

Best bijzonder wat wij voor onze huisdieren zoal doen.

Wij kopen speelgoed, vermenselijken ze, we gaan zelfs met ze naar "school".

Tegelijkertijd worden onze meeste landbouwhuisdieren zoals kippen, koeien en varkens vaak als een ding, als een productiemiddel gezien.

Personen met de levensinstelling en -houding dat dieren productiemiddelen zijn, behandelen dieren vaak ook zo.

Als een ding, als een productiemiddel.

 

Hoe deze dieren leven, hoe ermee wordt omgegaan, en hoe ze uiteindelijk geslacht worden, dat weten de meesten onder ons niet.

En dat vinden veel mensen ook prima zo. "Wat niet weet, wat niet deert"...

Laatst sprak ik nog iemand die zei gelukkig te zijn dat je aan het vlees niet kunt zien hoe het behandeld is, hoe het geleefd heeft.

Sterker nog, je ziet aan het vlees vaak niet eens meer dat het van een levend dier afkomstig is!

 

En dat terwijl we in een wereld leven met daarin meer houders van gezelschapsdieren, en minder houders van zogenaamde productiedieren. 

Deze laatste groep houdt echter steeds grotere aantallen dieren, een trend die je wereldwijd ziet.

"Schaalvergroting door meer productiemiddelen", het zou om diverse redenen niet mogen gebeuren.   


Our philosophy is a brilliant care of all animals


Verstopt dierenleed zichtbaar gemaakt

Duitsland is een van de hoofdafnemers van schoenen waarvan het leer uit Turkije komt. Niet alleen deze schoenen maar ook tassen, jassen etc. zijn  gemaakt van de huid van uit Duitsland afkomstige dieren.

De onderstaande documentaire toont het onnodig gesleep met dieren op deze wereld. Tevens laat het de gruweldaden en het dierenleed zien tijdens transport en op enkele slachterijen. 

"Verstopt" dierenleed, vaak niet zichtbaar voor vele veehouders en voor veel consumenten.

Eyes on Animals is één van de organisaties die zich inzet om op een constructieve manier een eind te maken aan dit dierenleed.

Low Stress Stockmanship Europe ondersteund de organisatie Eyes on Animals waar ze kan met adviezen en trainingen.

 

TWEE ORGANISATIES MET GEZAMENLIJKE DOELEN:

EEN EINDE MAKEN AAN DIERENLEED EN HET STREVEN NAAR EEN RESPECTVOLLE OMGANG TUSSEN MENS EN DIER.

 

Let op:

Deze video bevat gewelddadige en/of expliciete inhoud!


STOF TOT NADENKEN...

Het idee van 'dierenwelzijn' is zodanig  gepolariseerd,

dat als je het woord bij sommige mensen en groeperingen ook maar uitspreekt,

ze je heel snel de deur zullen wijzen.... 


De Nederlands/Vlaamse Index (NVI): "gebruik je het wel, of gebruik je het nie?"...

De NVI is gebaseerd op een type koe die qua fokdoel gezond en efficiënt produceert, met een gelijkblijvende vruchtbaarheid, een lange levensduur, een goed en functioneel exterieur heeft, met daarbij duurzaam, goed beenwerk. 

 

Om zo'n gewenst type koe te kunnen fokken zijn voor een groot aantal kenmerken fokwaarden ontwikkeld.

De NVI combineert de informatie van al deze fokwaarden,  om zo stieren te kunnen rangschikken op basis van het gestelde fokdoel.

De NVI van een stier bestaat uit een totaalindex, opgebouwd uit de indexen voor productie (INET) en vruchtbaarheid, en uit de fokwaarden voor levensduur, beenwerk, uier en celgetal.

 

De hoogstgeplaatste stier produceert hierbij dochters die het fokdoel het beste kunnen benaderen.  

Bij de inweging van de afzonderlijke kenmerken is rekening gehouden met de onderlinge relaties tussen de diverse kenmerken.

Als voorbeeld noem ik het verband tussen levensduur en celgetal.

Koeien met een laag celgetal gaan veel langer mee dan koeien met een hoog celgetal.

 

WAT DE JUISTE KEUZE IS, IS VOOR IEDEREEN ANDERS...

Kies je voor uitsluitend stieren met een hoge betrouwbaarheid van fokwaarde, dan kies je voor maximale zekerheid.

De productiegegevens en prestaties van meerdere generaties dochters zijn dan immers bekend. 

Maar deze zekerheid kost je tot wel negen jaar fokkerijvooruitgang!

De fokkerij heeft ondertussen niet stilgestaan, waardoor het genetisch niveau van de jonge generatie stieren geacht wordt hoger te zijn dan

al de generaties daarvoor.

 

Stierkeuze kan zo soms tot een echt dilemma worden:

Aan de ene kant is er de extra betrouwbaarheid qua fokwaarde bij de "oudere stieren",

en aan de andere kant is er het risico dat je met deze "oudere stieren" zo maar 100 tot 200 NVI inlevert...




DE MILIEUPROBLEMATIEK IS NIET ENKEL EEN PROBLEEM VAN DE NEDERLANDSE VEEHOUDERIJ MAAR een probleem VAN DE MONDIALE SAMENLEVING

Het is dan ook de plicht van deze gehele samenleving om de milieuproblematiek mondiaal en structureel aan te pakken en daarbij naar  oplossingen te zoeken. 

Met alleen de redenatie "minder dieren in Nederland, en alle milieuproblemen zijn de wereld uit" gaan wij de wereld niet kunnen redden.

De (voedsel)productie zal dan immers in een ander land plaatsvinden. Mondiale marktwerking is tenslotte een samenspel van vraag en aanbod.

 

Mijn gedachtegang:

"In tegenstelling tot de aarde neemt de omvang van de wereldbevolking zeer snel toe,

de aarde kan heel goed zonder ons, maar wij kunnen niets zonder de aarde!".

 

Ik sluit niet uit dat de oplossing van de mondiale milieuproblematiek in deze gedachtegang verborgen zit...


ADVIES AAN IEDEREEN DIE HET ECONOMISCH BELANG  BOVEN HET MILIEU PLAATST:

 "Als u denkt dat de economie belangrijker is dan het milieu...,

probeer dan maar eens te stoppen met ademen terwijl u uw geld telt"


Kalversterfte in de media

De kalversterfte was recent onderwerp van veel discussie in de media, het deed nogal wat stof opwaaien.

Alle partijen zijn het erover eens dat het sterftecijfer omlaag moet. Diverse partijen uit de sector hebben daaropvolgend plannen en draaiboeken gemaakt en hun goede bedoelingen en intenties uitgesproken.

 

Zelf heb ik mijn werkwijze NIET gewijzigd, ik heb ook geen goede bedoelingen en intenties uitgesproken.

Mijn werkwijze is nog steeds gericht op kennisoverdracht vanuit de praktijk, vóór de praktijk.

Met de natuur als voorbeeld, waarbij ik mij altijd de vraag stel "waarom vertoont een dier dit gedrag", en niet "hoe moet ik dit gedrag hardhandig corrigeren"?

 

In 2018 en in de zomer van 2019 heb ik op verzoek van veehouders extra veel aandacht besteed aan kennisoverdracht rond de opfok van kalveren.

Met als doel kalversterfte terug te dringen, en bewustwording bij jong en oud dat het kalf de toekomst van het bedrijf is.

 

Telkenmale ik een bericht over kalveren op Facebook heb geplaatst,  zie ik twee voor mij heel interessante fenomenen.

Ze komen enkel voor bij berichten die gerelateerd zijn aan de verzorging en de houderij van kalveren:

 

1. De veehoud(st)ers die zich openstellen voor veranderingen en serieus bezig zijn met het terugdringen van kalversterfte, weten mijn bijdragen te waarderen en uiten dit door het plaatsen van constructieve reacties in de media, per mail of telefonisch. 

Voor mij is het belangrijk dat geïnteresseerden in het terugdringen van kalversterfte, mijn adviezen en aanbevelingen in de praktijk effectief zelf kunnen toepassen.

Ieder kalf extra is dan de beloning en de meerwaarde voor deze toewijding en deze inzet.

 

2. Van Likes kun je niet eten, maar ze geven wel belangrijke informatie prijs.

Zo valt het op dat het aantal Likes op Facebook bij elk nieuw onderwerp over kalveren wijzigt.

Je verwacht dat met nuttige informatie rond dit thema het aantal Likes netto toeneemt, en gelukkig is dat ook zo.

Maar opmerkelijk genoeg zijn er, (specifiek bij elk artikel over de verzorging van kalveren), standaard enkele lezers die de Facebook pagina stockmanship.eu dan plotseling niet meer leuk vinden. Zeg maar "Unliken".

 

Ook hierbij fascineert mij dan de vraag: "waarom vertoont een mens dit gedrag"?

 

Vanuit de ethologie (gedragsleer), weten wij dat dit fenomeen met name voorkomt bij mensen die met de realiteit geconfronteerd worden. Ontkenning door ontwijking, (of in dit geval "ontkenning door Unliking"...).

Verandering kun je als bedreiging zien, maar ook als uitdaging. Het terugdringen van kalversterfte in de ruimste zin des woords kan nooit een bedreiging zijn, het is altijd een uitdaging.

Het is zelfs onze morele plicht tegenover de dieren die afhankelijk zijn van onze verzorging. 

 

Daarnaast zou ik alle hulp omarmen, wij hebben als sector toch hetzelfde doel:

Het negatieve imago van de veehouderijsector ombuigen in een positief imago. Daarin is het terugdringen van de kalversterfte toch vanzelfsprekend.

"Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst", dat geldt zelfs voor de kalversector.

 

Het klinkt paradoxaal, maar zolang er na elk door mij geplaatst artikel nog lezers zijn die dit waarderen met een "Unlike" of "niet leuk", weet ik dat mijn werk hard nodig en zinvol is.

 

 

Mijn nuchtere realiteitszin en motivatie doet mij alles in het werk stellen om de kalversterfte terug te dringen.

Een Win-Win situatie, niet alleen voor de veehouderijsector, maar ook op persoonlijk vlak voor mens en dier.

 

Ronald Rongen 


Stof tot nadenken...

De warme zomer van 2019 zorgde helaas voor extra sterfgevallen onder de mensen en onder de dieren.

In de laatste, bloedhete week van juli zijn in Nederland 400 mensen extra overleden ten gevolge van de hitte.

Dit is heel erg en heel triest, maar het is ook de realiteit waar je niet omheen kunt.

 

Ten gevolge van deze extreme hitte was de sterfte onder de (landbouw)huisdieren ook hoger, dat zal iedereen kunnen begrijpen.

In België kopte dagblad "Het Laatste Nieuws" in haar uitgave van 1 augustus 2019:

 

"30% meer dode varkens en runderen door hittegolf".

 

Dit cijfer is afkomstig van het destructiebedrijf Rendac, (verantwoordelijk voor de verwerking van kadavers in België).

Ook in Nederland verzorgt Rendac de centrale afvoer en verwerking van gestorven dieren.

Rendac Nederland weigert desgevraagd de sterftecijfers van (landbouw)huisdieren ten gevolge van de genoemde hittegolf openbaar te maken.

Een groot aantal veehouders spreken op sociale media hun steun uit richting Rendac Nederland, voor het niet openbaar maken van de sterftecijfers. Sommigen uiten op respectloze en kwetsende wijze, onder diverse verwensingen, hun ongenoegen richting de informatie vragende partijen.

 

Dit is een opmerkelijke vaststelling.

Temeer omdat de diverse sectoren in de veehouderij, als ook hun vertegenwoordigende partijen en -organisaties, publiekelijk in koor claimen voor openheid en transparantie te willen zijn.

Onder de noemer "we hebben niets te verbergen, transparantie is fundamenteel voor het consumentenvertrouwen”.

 

Is het niet zo dat je vertrouwen en respect niet kunt afdwingen, maar het moet verdienen?

 

Ook al bevalt je de vraag, de vragende partij, of het onderwerp niet, respect en vertrouwen is de basisvoorwaarde inzake een correcte omgang tussen mensen onderling, en tussen mens en dier. 

 

Stof tot nadenken...

Zeker als je "de schijn tegen hebt", door (ondanks de vraag van consumenten en partijen), bewust  geen openheid van zaken te willen geven.


Leren door observeren

Diergedrag observeren en bestuderen, 

helpt ons het perspectief van het dier beter te begrijpen. 

En door dit perspectief te begrijpen,

kunnen wij een beter welzijnsperspectief aan zowel mens als dier bieden.

 

Ronald Rongen


Onderstaand mijn column in het blad “Fleckvieh wereld” (april 2019), uitgegeven door Bayern Genetik:

TWEELINGDRACHTEN BIJ KOEIEN, ZIJN ZE TE BEÏNVLOEDEN?

 

Een melkveehouder stelde mij naar aanleiding van de zoveelste tweelingdracht deze vraag.

De kalveriglo’s bij hem zijn allemaal bezet, en er is zelfs voor noodopvang gezorgd. Er heerst een ware “tweeling geboortegolf” in de koeienstal. Het ontstaan van tweelingdrachten bij koeien is niet in vijf zinnen te beschrijven, maar ik waag een poging om het kort en bondig te houden. Een tweelingdracht ontstaat nagenoeg in alle gevallen door een dubbele eisprong, ook wel dubbele ovulatie genoemd.

 

Factoren die de kans op een tweelingdracht significant verhogen zijn onder andere:

 

Genetische aanleg: 

Deze is voor tweelingdrachten gelukkig zeer laag. Door onderstaande milieu-invloeden zien we bij sommige “koe-families” echter duidelijk meer tweelingdrachten dan bij andere.

 

Het aantal kalvingen van de individuele koe:                                                                            

Ten opzichte van een vaars is de kans op een tweelingdracht bij een tweede-kalfs-koe 3,4 keer groter. Bij een derde-kalfs-koe is dit zelfs 5,6 keer groter. Het risico stijgt naarmate het aantal kalvingen bij de koe toeneemt.

 

De melkproductie van de individuele koe: 

Koeien met een hoge melkproductie vreten meer en hebben een lager progesterongehalte in het bloed. Een lager gehalte van het hormoon progesteron vergroot de kans op een dubbele eisprong en daarmee ook de kans op tweelingen. Vooral het percentage twee-eiige tweelingen stijgt, en niet het percentage één-eiïge tweelingen.

 

Hormonale invloeden, en de invloed van de lever:                                                                 

De lever is medeverantwoordelijk voor een laag progesteron gehalte. Bij een hoge voeropname en een hoge melkproductie breekt de lever meer progesteron af. Dit resulteert in een zwakke follikel zonder eicel. Ook wel Corpus luteum of geel lichaam genoemd.

 

Voortplantingsstoornissen bij de voorafgaande dracht:                                       

In de praktijk wordt er steeds meer geselecteerd op een hogere melkproductie. Daardoor zien we helaas ook een afname van de fertiliteit en een stijgend aantal benodigde inseminaties bij deze hoogproductieve koeien.

 

Een verstoorde cyclus: 

Rond 38% van de koeien met een verstoorde cyclus hebben in de daarop volgende cyclus een dubbele eisprong. Bij koeien met een normale cyclus ligt dit percentage rond 16%. Voornamelijk stress gerelateerde zaken waaronder (geen dierbehoefte dekkende) voeding, overbezetting, ruwe omgang, hittestress hebben een negatieve invloed op de cyclus van de koe.

 

Invloed van het seizoen:                                                                                                      

Het aantal dubbele ovulaties is groter gedurende de warmere maanden. Tijdens de late zomer en vroege herfst zien we tevens een afname van embryonale sterfte. Dit komt door de dalende hittestress gedurende, (en na), een periode van meer dubbele ovulaties.

 

Het progesterongehalte in het bloed:                                                                                   

Een kunstmatige verhoging van het progesterongehalte rondom de inseminatieperiode doet het aantal tweelingdrachten duidelijk afnemen. 

Nadeel is echter dat de kans op het drachtig worden van de koe wordt bemoeilijkt.

 

Conclusie:                                                                                                               

Omgevingsfactoren, (lees: milieu factoren), zijn in hoofdzaak verantwoordelijk voor het optreden van tweelingdrachten. Genetische factoren spelen daarbij een meer ondergeschikte rol.

 

“Je kunt niet alles beïnvloeden, en dat is maar goed ook”, was het antwoord van de melkveehouder.

Daar ben ik het natuurlijk volledig mee eens.


13 MEI 2019: DIERENRECHTENACTIVISTEN BEZETTEN EEN VARKENSSTAL IN HET NEDERLANDSE BOXTEL

De discussie rond dierenwelzijn is alomtegenwoordig. De burger (en de consument), eist het in toenemende mate, de vakorganisaties en de politiek praten er dagelijks over, en de handel gebruikt het als een marketing- en verkoopstrategie.

 

Dierenwelzijn schiet vaak tekort doordat de meeste consumenten niet voor de daarbij behorende kosten willen betalen.

De burger vindt dierenwelzijn superbelangrijk, maar als consument is deze burger beperkt bereidt om voor dierenwelzijn in de buidel te tasten.

Een moralistische Schizofrenie waarop de burger naar mijn mening gerust mag worden gewezen.

 

Veehouders en dierenrechtenactivisten claimen publiekelijk dat ze beiden het beste met dieren voor hebben. 

Dan is het toch opmerkelijk dat ze zo lijnrecht tegenover elkaar staan.

 

"Geweld met geweld bestrijden", het heeft nog nooit gewerkt. Daarom wordt het de hoogste tijd dat alle betrokkenen de realiteit eens onder ogen zien en gezamenlijk aan een constructieve oplossing werken.

Alle partijen roepen toch dat ze het beste met dieren voor hebben? Laat deze gezamenlijke noemer dan het uitgangspunt zijn voor een wapenstilstand en een constructieve dialoog.

 

De wereld verandert constant, en diegenen die zich aanpassen aan deze veranderende omgeving zullen overleven. Niet diegenen die luidruchtig op de barricaden gaan en elke vorm van dialoog afwijzen.   

 

Ronald Rongen


Een blik zegt meer dan duizend mooie woorden...

Een blik in de stal weerspiegelt voor mij heel vaak hoe men over dierenwelzijn denkt.

Ondanks de Europese gedachtegang en regelgeving, varieert de denkwijze helaas nogal per land, en daarbinnen zelfs per streek en diersoort.

 

Ronald Rongen 


ONDERSTAAND MIJN COLUMN IN HET BLAD “FLECKVIEH WERELD” (maart 2019), UITGEGEVEN DOOR BAYERN GENETIK:

STILSTAND IS ACHTERUITGANG…

 

Op verzoek van een klauwbekapper ga ik een dag met hem op pad. Hij wilde zijn kennis rond gemakkelijk, efficiënt en veilig werken met rundvee in de praktijk uitbreiden. Het te bezoeken bedrijf telt 220 melkkoeien.

 

De dieren gaan standaard enkele malen per jaar door de klauwbekapbox. Niet uit luxe, (de koeien hebben veel last van zoolzweren en –bloedingen in de klauwen). Zowel de veehouder als de klauwbekapper verbazen zich hierover, de koeien verblijven immers in een moderne stal zonder noemenswaardige oneffenheden en obstakels.

 

Mijn ervaring is dat zoolzweren en –bloedingen vaak ontstaan door een foutieve of overbelasting van de klauwen. De aard en de positie van de aandoening geeft meestal aan waar het misgaat. Hier valt op dat voornamelijk bij de achterpoten, (in het midden van de buitenklauwen), de meeste problemen optreden. Typisch voor koeien die te weinig op de buitenranden van de klauw lopen. Er is daardoor teveel druk op het middengedeelte.

 

Tijdens mijn verblijf zie ik diverse dieren de druk van het ene been op het andere been verplaatsen, sommige tillen een achterbeen zelfs op. Ze ontlasten zo het “zere been”, en bevorderen de doorbloeding hiervan. “De melk wordt liggend gemaakt” zeg ik altijd. Op dit bedrijf zie je te weinig koeien in de ligboxen liggen. Een duidelijk signaal dat er iets niet klopt.

 

Tijdens het melken wordt de wachtruimte zodanig met koeien gevuld dat diverse dieren met de kop omhoog staan. Dit veroorzaakt extreem veel stress bij de koeien en er ontstaan daardoor duidelijk klauwproblemen. Door de overvolle wachtruimte kunnen de dieren hun natuurlijke behoefte aan (linkse) draaibewegingen niet maken, en kunnen ze niet zien waar ze hun klauwen neerzetten. Dit roept om klauwproblemen! Er wordt hier 2x daags gemolken, waarbij de wachttijd voor sommige koeien in de wachtruimte oploopt tot 1.5 uur en meer. Gedwongen stilstand en extreem belastend voor de koe.

 

Terwijl de klauwbekapper geroutineerd zijn werk doet en de klauwen “orthopedisch” tracht te repareren, lopen de veehouder en ik tussen de koeien om de (letterlijke) knelpunten te bespreken en waar mogelijk op te lossen.

 

Stilstand is immers achteruitgang, niet alleen bij mensen, maar ook bij de klauwen van koeien…


"De manier waarop wij bewegen, 

de manier hoe wij bewegen, 

de richting waar wij naartoe gaan… 

zijn cruciaal in de communicatie met dieren. 

 

Beweeg je op een correcte manier,

dan reageert het dier ook correct. 

 

Jouw uitgangspositie vormt daarbij de basis. 

 

De basis voor een juiste golflengte, 

en een geslaagde communicatie, 

tussen mens en dier”. 

 

Ronald  Rongen


Weniger Stress im Stall:                                                                                  artgerechter, sicherer und effizienter mit Rindern arbeiten

Die LANDWIRT Rinderfachtage 2019:

Ich freue mich riesig dabei zu sein, als Referent aus der Praxis für die Praxis


ONDERSTAAND MIJN COLUMN IN HET BLAD “FLECKVIEH WERELD” (december 2018 / januari 2019), UITGEGEVEN DOOR BAYERN GENETIK:

NIETS IS WAT HET LIJKT…

 

Vraag: “Hoe wilt u de koffie?”

Antwoord: “Met een wolkje melk erin alstublieft”

 

Bij mijn bedrijfsbezoeken is deze dialoog bijna standaard. Gelukkig maar, want ik ben een echte koffie liefhebber.

Een lekker bakje koffie met een scheutje melk erin is als een levenselixir voor mij.

Nu is koemelk logischerwijze een levenselixir voor kalveren. Bij de kunstmatige opfok van kalveren wordt de koemelk meestal vervangen door een mengsel van melkpoeder en water. De redenen hiervoor zijn divers en laat ik verder buiten beschouwing.

 

Vandaag ben ik bij een melkveehouder te gast. Zijn kalveren groeien niet goed. Ze ogen gezond, drinken de melkemmer snel leeg, maar blijven achter in ruwvoer- en brokopname.

We overlopen in detail de hele groeiperiode (van kalf tot vaars). Tijdens deze periode zijn er enkele “kwetsbare momenten” voor het kalfje. Het stoppen met het geven van (kunst)melk is zo’n kwetsbaar moment.

 

Nu zijn er diverse merken en soorten melkpoeder voor kalveren.

Mijn advies: volg qua mengverhouding (melkpoeder/water) de instructies van de fabrikant. Hij kent immers zijn product het beste.

 

Inzake de totale hoeveelheid te verstrekken melk en het totaal aantal drinkbeurten per dag, verschil ik wel eens van mening met fabrikanten. De reden daarvoor is dat ik niet alleen naar de behoefte van het individuele kalf kijk, maar daarbij ook nog eens de maximale jeugdgroei zo optimaal mogelijk wil benutten. En dat kan door vroeg te beginnen met meer melk en meer drinkbeurten.

 

Het toepassen van de instructies inzake verhouding melkpoeder/water ging op dit bedrijf niet helemaal goed. In plaats van de totale hoeveelheid kant en klare melk volgens voerschema af te bouwen, bleef het aantal liters water op het einde hetzelfde. Men bouwde stelselmatig en naar eigen goeddunken de hoeveelheid melkpoeder daarin af.

 

Met als resultaat:

De kalveren drinken de emmer snel leeg en hebben daardoor geen hongergevoel meer. De brok en het ruwvoer blijven daardoor staan, en de kunstmelk is eigenlijk niets anders dan “wit water”.

 

Zo zie je maar weer, zelfs aangemaakte kunstmelk ziet er soms bedrieglijk echt uit.

Gelukkig is dit probleem hier snel opgelost, gewoon bij de les blijven en de instructies volgen.


Frohe Weihnachten und ein glückliches Neues Jahr !

Merry Christmas and a Happy New Year !

 


ONDERSTAAND MIJN COLUMN IN HET BLAD “FLECKVIEH WERELD” (oktober/november 2018), UITGEGEVEN DOOR BAYERN GENETIK:

FILES… TOT IN DE STAL...

 

Met de auto door Nederland rijden en ergens op tijd aankomen, het is een echte uitdaging. Zelfs de filemelder op de radio heeft de handdoek in de ring geworpen en beperkt zich tot melden van “bijzondere en ongewone files”.

 

Ik ben op weg naar een rundveehouder in Noord-Holland. Hij heeft “filevorming op stal”. Al rijdende vanuit het zuiden naar het noorden ervaar ik meerdere opstoppingsvarianten, oorzaken en creatieve oplossingen met betrekking tot fileleed.

 

Netjes en op tijd arriveer ik bij een modern ogend melkveebedrijf. Toch valt het op dat het hier (letterlijk) “niet lekker loopt”.

Koeien zijn groep- en kuddedieren met een duidelijke rangorde. Rang lage dieren moeten in de stal confrontaties met rang hogere dieren tijdig kunnen vermijden. Ze dienen een makkelijke ontsnappingsmogelijkheid te hebben. Deze “vluchtstrook” wordt in de stal bepaald door o.a. de indeling, breedte van de loopgangen, het aantal doorgangen en de aan- of afwezigheid van dode hoeken.

 

De ideale loopgang achter het voerhek is minimaal 3,20 meter breed. Bredere gangen hebben mijn voorkeur. Bij 3,50 meter kunnen twee dieren elkaar moeiteloos passeren, zelfs als er een dier aan het voerhek staat! De breedte van de loopruimten tussen twee rijen ligboxen bedraagt in de ideale situatie ook minimaal 3,50 meter. Dat bevordert een vlotte doorstroming.

 

Mensen hebben een hekel aan een doodlopende weg, koeien hebben dat noch veel meer. Een “onvermijdelijke doodlopende weg” in de stal zou minimaal 2,60 meter breed moeten zijn, om onrust en stress te beperken.

Vaak kom ik situaties tegen waar de terugloop-gangen vanuit de melkstal te smal zijn. Onnodige opstoppingen en stress bij de koeien zijn het resultaat.

Naast een voorkeur voor bochten naar links, zien koeien bochten van 90 graden als een doodlopende weg, probeer deze situaties te voorkomen.

 

“Ach, daar wennen ze wel aan”, hoor ik vaak. Wen er dan als veehouder ook maar aan dat je meer kreupelheden onder de dieren hebt. Onjuiste inrichting van de stal creëert een foutieve belasting op het beenwerk, met alle gevolgen van dien.

 

Maak per 15 ligboxen (op rij) minimaal één doorgang tussen het vreet- en liggedeelte. Liefst een doorsteek vlak en op gelijke hoogte met de loopgangen. Plaats GEEN waterbak in de doorsteek. Ik kom dat heel vaak tegen met opstoppingen en rangordegevechten tot gevolg! De ideale doorgang is minimaal 2,50 meter breed (zonder waterbak).

Voorzie ALTIJD een oversteekplaats tussen het vreetgedeelte en het liggedeelte aan het begin en aan het einde van de rij ligboxen.

 

“Het lijkt wel op het inrichten van een woonwijk met winkelstraat” aldus de boerin. Eigenlijk heeft ze gelijk. In het dagelijkse leven worden wegen ook aangepast aan de noden en behoeften van de weggebruikers. In deze stal vinden daarom, (binnen de grenzen van het mogelijke), aanpassingen plaats.

Terugrijdende naar het zuiden sta ik ter hoogte van Utrecht…..jawel, weer in de file. Zou de bedenker van verkeersknooppunt “Oudenrijn” ook koeien op stal hebben? Dan wordt je nogmaals met de neus op de feiten gedrukt wat het betekent als het ‘niet lekker loopt’.


Sommigen zeggen dat ze geen tijd hebben om de Low Stress Stockmanship methode bij hun vee toe te passen.

Dan is het best interessant om eens na te gaan waarom dat zo is.

Hopelijk hebt u geen koe of koeien die figuurlijk "de middelvinger" naar u opsteken.

Met zulke dieren komt u gegarandeerd tijd tekort...


Op 11 augustus 2018 officieel online.

De volledig vernieuwde website van Low Stress Stockmanship Europe.


VOERAANBOD 2018: (OVER)LEVEN…

Het is eind juli 2018 en volop zomer.

Tijdens de ritten van de afgelopen dagen door het agrarisch landschap heb ik al vaak jeugdherinneringen opgehaald. Meer specifiek, herinneringen uit 1976. Op 2 en 3 januari waren er toen nog twee hevige stormen met veel regen en stormschade. Daarop volgde een kurkdroge lente en een grote, lange periode van droogte die pas in september eindigde.

In mei lieten de berkenbomen hun bladeren al vallen, de natuur stond in overlevingsmodus. Degene die een regeninstallatie met buizen en sproeiers kon kopen, (haspels stonden nog in de kinderschoenen), bleef er s ’nachts bij waken om diefstal te voorkomen.

Vele veehouders moesten noodgedwongen rond juni/juli een deel van hun koeien (en niet alleen de minst productieve), laten slachten omdat er geen gras en ruwvoer meer was.

2018:

Dit jaar zie ik veel gelijkenissen met deze jeugdherinneringen. Echter er zijn gelukkig ook verschillen:

-De voorraad ruwvoer waarmee 2017 eindigde was bovengemiddeld en ruim. Niet alleen qua volume maar ook qua kwaliteit.

-Er staan ons nu regenhaspels ter beschikking die, (mits toepasbaar), de groei nog in het gewas kunnen houden.

-Er staan her en der in Europa vele bio energiecentrales, (met bulten mais en andere grondstoffen in voorraad)…

Zelf ben ik GEEN deskundige op het gebied van bio-energie en de daarbij behorende grondstoffenproblematiek. Toch zegt mijn nuchter boerenverstand al vele jaren dat het tot energie verwerken van kostbare veevoedergrondstoffen een opmerkelijk proces is, (en dan weeg ik nu hierbij héél zorgvuldig mijn woorden).

Ik heb mij laten vertellen dat uit 1 ton droge stof (DS) mais, +/- 600 M3 biogas te halen is. Ook heb ik mij laten vertellen dat er regelmatig een (Europees) energieoverschot is, en dat je dit overschot niet gemakkelijk kunt opslaan. 

Deze overschotten worden dan maar tegen “dumpprijzen” op de energiemarkt aangeboden, dat is algemeen bekend. Om deze prijstechnische redenen legt men zelfs (tijdelijk) energiecentrales stil. De Clauscentrale in het Nederlandse Maasbracht is daar zo’n mooi voorbeeld van.

Nu zegt mijn boerenverstand anno 2018 het volgende:

De weersomstandigheden die nog voor ons liggen bepalen of er in meer of mindere mate een krapte op de ruwvoermarkt zal ontstaan. Dat er (op Europees niveau), krapte ontstaat, is overduidelijk.

De voorraden mais en overige grondstoffen die bij de bio-centrales liggen, (en ten behoeve van deze centrales nog moet worden geoogst), zouden menig veehouder kunnen helpen om deze moeilijke periode te doorstaan.

"Energiemais’ is nog geen ideale “voermais”, maar beter dit voer dan geen voer. Bovendien kan het rantsoen immers aangepast, (lees: opgewaardeerd), worden.

De opbrengst van deze grondstof verkoop vloeit terug naar de bio-centrale, voor eventuele financiële tekorten aldaar is er naar mijn mening wel een oplossing te vinden. Dit op voorwaarde dat alle betrokken partijen constructief meewerken en van goede wil zijn.

Zoals gezegd, het is maar een gedachtegang, voortkomend uit nuchter boerenverstand. Toch daag ik hierbij alle sector vertegenwoordigers, (in de diverse disciplines), en de politiek uit om hier eens serieus naar te kijken en aan te rekenen.

Het is absoluut GEEN ideaal scenario, maar het kan wel het verschil maken tussen boer zijn en boer blijven. 

Zonder boeren is er in de toekomst ook geen grondstof meer voor de bio-centrale…


KOEIEN, RUNDEREN, PAARDEN: "Dingen of dieren met gevoel?"...

Velen staan er niet eens bij stil, beseffen niet dat dieren gevoelige individuen zijn. Ze worden helaas door sommigen gezien als “productiemiddel, gebruiksvoorwerp of zelfs als wegwerp artikel”. Iedereen kan zich er wel een beeld bij vormen.

 

Dagelijks zie ik met lede ogen aan hoe partijen zich figuurlijk in de haren vliegen als het gaat om de beleving bij de omgang met (landbouw)huisdieren. Vaak gebaseerd op felle emotie en niet op feitelijke kennis. Dat is best begrijpelijk maar erg jammer.

 

Ik geloof nog steeds in de open dialoog met elkaar op basis van respect en vertrouwen tussen mens en dier. Tussen voor- en tegenstanders.

Veehouders hebben het doorgaans allemaal goed met hun dieren voor, ze hebben er geen enkel belang bij om hun dieren tekort te doen.

Toch zijn er ook donkere kanten. Sociale drama’s, voortgekomen uit economische en financiële druk, regelgeving, gezinssituatie etc. En dan is er nog dat “grote grijze gebied”. Het gebied van bedrijfsblindheid en onwetendheid. 

 

Mijn taak en missie daarin: praktijkgerichte uitleg en voorlichting zodat de donkere kanten verdwijnen en alle partijen weer realistisch met elkaar kunnen communiceren.


 

 

 

 

“If you want to handle cattle fast, take your time”

 

“Wenn es mit Kühen schnell gehen muss, Mach langsam”