Statement of the week


ONDERSTAAND MIJN COLUMN IN HET BLAD “FLECKVIEH WERELD” (april 2019), UITGEGEVEN DOOR BAYERN GENETIK:

TWEELINGDRACHTEN BIJ KOEIEN, ZIJN ZE TE BEÏNVLOEDEN?

 

Een melkveehouder stelde mij naar aanleiding van de zoveelste tweelingdracht deze vraag.

De kalveriglo’s bij hem zijn allemaal bezet, en er is zelfs voor noodopvang gezorgd. Er heerst een ware “tweeling geboortegolf” in de koeienstal. Het ontstaan van tweelingdrachten bij koeien is niet in vijf zinnen te beschrijven, maar ik waag een poging om het kort en bondig te houden. Een tweelingdracht ontstaat nagenoeg in alle gevallen door een dubbele eisprong, ook wel dubbele ovulatie genoemd.

 

Factoren die de kans op een tweelingdracht significant verhogen zijn onder andere:

 

Genetische aanleg: 

Deze is voor tweelingdrachten gelukkig zeer laag. Door onderstaande milieu-invloeden zien we bij sommige “koe-families” echter duidelijk meer tweelingdrachten dan bij andere.

 

Het aantal kalvingen van de individuele koe:                                                                            

Ten opzichte van een vaars is de kans op een tweelingdracht bij een tweede-kalfs-koe 3,4 keer groter. Bij een derde-kalfs-koe is dit zelfs 5,6 keer groter. Het risico stijgt naarmate het aantal kalvingen bij de koe toeneemt.

 

De melkproductie van de individuele koe: 

Koeien met een hoge melkproductie vreten meer en hebben een lager progesterongehalte in het bloed. Een lager gehalte van het hormoon progesteron vergroot de kans op een dubbele eisprong en daarmee ook de kans op tweelingen. Vooral het percentage twee-eiige tweelingen stijgt, en niet het percentage één-eiïge tweelingen.

 

Hormonale invloeden, en de invloed van de lever:                                                                 

De lever is medeverantwoordelijk voor een laag progesteron gehalte. Bij een hoge voeropname en een hoge melkproductie breekt de lever meer progesteron af. Dit resulteert in een zwakke follikel zonder eicel. Ook wel Corpus luteum of geel lichaam genoemd.

 

Voortplantingsstoornissen bij de voorafgaande dracht:                                       

In de praktijk wordt er steeds meer geselecteerd op een hogere melkproductie. Daardoor zien we helaas ook een afname van de fertiliteit en een stijgend aantal benodigde inseminaties bij deze hoogproductieve koeien.

 

Een verstoorde cyclus: 

Rond 38% van de koeien met een verstoorde cyclus hebben in de daarop volgende cyclus een dubbele eisprong. Bij koeien met een normale cyclus ligt dit percentage rond 16%. Voornamelijk stress gerelateerde zaken waaronder (geen dierbehoefte dekkende) voeding, overbezetting, ruwe omgang, hittestress hebben een negatieve invloed op de cyclus van de koe.

 

Invloed van het seizoen:                                                                                                      

Het aantal dubbele ovulaties is groter gedurende de warmere maanden. Tijdens de late zomer en vroege herfst zien we tevens een afname van embryonale sterfte. Dit komt door de dalende hittestress gedurende, (en na), een periode van meer dubbele ovulaties.

 

Het progesterongehalte in het bloed:                                                                                   

Een kunstmatige verhoging van het progesterongehalte rondom de inseminatieperiode doet het aantal tweelingdrachten duidelijk afnemen. 

Nadeel is echter dat de kans op het drachtig worden van de koe wordt bemoeilijkt.

 

Conclusie:                                                                                                               

Omgevingsfactoren, (lees: milieu factoren), zijn in hoofdzaak verantwoordelijk voor het optreden van tweelingdrachten. Genetische factoren spelen daarbij een meer ondergeschikte rol.

 

“Je kunt niet alles beïnvloeden, en dat is maar goed ook”, was het antwoord van de melkveehouder.

Daar ben ik het natuurlijk volledig mee eens.


13 MEI 2019: DIERENRECHTENACTIVISTEN BEZETTEN EEN VARKENSSTAL IN HET NEDERLANDSE BOXTEL 

 

De discussie rond dierenwelzijn is alomtegenwoordig.

De burger (en de consument) eist het in toenemende mate, de vakorganisaties en de politiek praten er dagelijks over, en de handel gebruikt het als een marketing- en verkoopstrategie.

 

Dierenwelzijn schiet vaak tekort doordat de meeste consumenten niet voor de daarbij behorende kosten willen betalen.

De burger vindt dierenwelzijn superbelangrijk, maar als consument is deze burger beperkt bereidt om voor dierenwelzijn in de buidel te tasten.

Een moralistische Schizofrenie waarop de burger naar mijn mening gerust mag worden gewezen.

 

Veehouders en dierenrechtenactivisten claimen publiekelijk dat ze beiden het beste met dieren voor hebben. 

Dan is het toch opmerkelijk dat ze zo lijnrecht tegenover elkaar staan.

 

"Geweld met geweld bestrijden", het heeft nog nooit gewerkt. Daarom wordt het de hoogste tijd dat alle betrokkenen de realiteit eens onder ogen zien en gezamenlijk aan een constructieve oplossing werken.

Alle partijen roepen toch dat ze het beste met dieren voor hebben? Laat deze gezamenlijke noemer dan het uitgangspunt zijn voor een wapenstilstand en een constructieve dialoog.

 

De wereld verandert constant, en diegenen die zich aanpassen aan deze veranderende omgeving zullen overleven. Niet diegenen die luidruchtig op de barricaden gaan en elke vorm van dialoog afwijzen.   

 

Ronald Rongen


Een blik in de stal weerspiegelt voor mij heel vaak hoe men over dierenwelzijn denkt.

Ondanks de Europese gedachtegang en regelgeving, varieert de denkwijze helaas nogal per land, en daarbinnen zelfs per streek en per diersoort. 


ONDERSTAAND MIJN COLUMN IN HET BLAD “FLECKVIEH WERELD” (maart 2019), UITGEGEVEN DOOR BAYERN GENETIK:

STILSTAND IS ACHTERUITGANG…

 

Op verzoek van een klauwbekapper ga ik een dag met hem op pad. Hij wilde zijn kennis rond gemakkelijk, efficiënt en veilig werken met rundvee in de praktijk uitbreiden. Het te bezoeken bedrijf telt 220 melkkoeien.

 

De dieren gaan standaard enkele malen per jaar door de klauwbekapbox. Niet uit luxe, (de koeien hebben veel last van zoolzweren en –bloedingen in de klauwen). Zowel de veehouder als de klauwbekapper verbazen zich hierover, de koeien verblijven immers in een moderne stal zonder noemenswaardige oneffenheden en obstakels.

 

Mijn ervaring is dat zoolzweren en –bloedingen vaak ontstaan door een foutieve of overbelasting van de klauwen. De aard en de positie van de aandoening geeft meestal aan waar het misgaat. Hier valt op dat voornamelijk bij de achterpoten, (in het midden van de buitenklauwen), de meeste problemen optreden. Typisch voor koeien die te weinig op de buitenranden van de klauw lopen. Er is daardoor teveel druk op het middengedeelte.

 

Tijdens mijn verblijf zie ik diverse dieren de druk van het ene been op het andere been verplaatsen, sommige tillen een achterbeen zelfs op. Ze ontlasten zo het “zere been”, en bevorderen de doorbloeding hiervan. “De melk wordt liggend gemaakt” zeg ik altijd. Op dit bedrijf zie je te weinig koeien in de ligboxen liggen. Een duidelijk signaal dat er iets niet klopt.

 

Tijdens het melken wordt de wachtruimte zodanig met koeien gevuld dat diverse dieren met de kop omhoog staan. Dit veroorzaakt extreem veel stress bij de koeien en er ontstaan daardoor duidelijk klauwproblemen. Door de overvolle wachtruimte kunnen de dieren hun natuurlijke behoefte aan (linkse) draaibewegingen niet maken, en kunnen ze niet zien waar ze hun klauwen neerzetten. Dit roept om klauwproblemen! Er wordt hier 2x daags gemolken, waarbij de wachttijd voor sommige koeien in de wachtruimte oploopt tot 1.5 uur en meer. Gedwongen stilstand en extreem belastend voor de koe.

 

Terwijl de klauwbekapper geroutineerd zijn werk doet en de klauwen “orthopedisch” tracht te repareren, lopen de veehouder en ik tussen de koeien om de (letterlijke) knelpunten te bespreken en waar mogelijk op te lossen.

 

Stilstand is immers achteruitgang, niet alleen bij mensen, maar ook bij de klauwen van koeien…


"De manier waarop wij bewegen, 

de manier hoe wij bewegen, 

de richting waar wij naartoe gaan… 

zijn cruciaal in de communicatie met dieren. 

 

Beweeg je op een correcte manier,

dan reageert het dier ook correct. 

 

Jouw uitgangspositie vormt daarbij de basis. 

 

De basis voor een juiste golflengte, 

en een geslaagde communicatie, 

tussen mens en dier”. 

 

Ronald  Rongen


Weniger Stress im Stall:                                                                                  artgerechter, sicherer und effizienter mit Rindern arbeiten

Die LANDWIRT Rinderfachtage 2019:

Ich freue mich riesig dabei zu sein, als Referent aus der Praxis für die Praxis


ONDERSTAAND MIJN COLUMN IN HET BLAD “FLECKVIEH WERELD” (december 2018 / januari 2019), UITGEGEVEN DOOR BAYERN GENETIK:

NIETS IS WAT HET LIJKT…

 

Vraag: “Hoe wilt u de koffie?”

Antwoord: “Met een wolkje melk erin alstublieft”

 

Bij mijn bedrijfsbezoeken is deze dialoog bijna standaard. Gelukkig maar, want ik ben een echte koffie liefhebber.

Een lekker bakje koffie met een scheutje melk erin is als een levenselixir voor mij.

Nu is koemelk logischerwijze een levenselixir voor kalveren. Bij de kunstmatige opfok van kalveren wordt de koemelk meestal vervangen door een mengsel van melkpoeder en water. De redenen hiervoor zijn divers en laat ik verder buiten beschouwing.

 

Vandaag ben ik bij een melkveehouder te gast. Zijn kalveren groeien niet goed. Ze ogen gezond, drinken de melkemmer snel leeg, maar blijven achter in ruwvoer- en brokopname.

We overlopen in detail de hele groeiperiode (van kalf tot vaars). Tijdens deze periode zijn er enkele “kwetsbare momenten” voor het kalfje. Het stoppen met het geven van (kunst)melk is zo’n kwetsbaar moment.

 

Nu zijn er diverse merken en soorten melkpoeder voor kalveren.

Mijn advies: volg qua mengverhouding (melkpoeder/water) de instructies van de fabrikant. Hij kent immers zijn product het beste.

 

Inzake de totale hoeveelheid te verstrekken melk en het totaal aantal drinkbeurten per dag, verschil ik wel eens van mening met fabrikanten. De reden daarvoor is dat ik niet alleen naar de behoefte van het individuele kalf kijk, maar daarbij ook nog eens de maximale jeugdgroei zo optimaal mogelijk wil benutten. En dat kan door vroeg te beginnen met meer melk en meer drinkbeurten.

 

Het toepassen van de instructies inzake verhouding melkpoeder/water ging op dit bedrijf niet helemaal goed. In plaats van de totale hoeveelheid kant en klare melk volgens voerschema af te bouwen, bleef het aantal liters water op het einde hetzelfde. Men bouwde stelselmatig en naar eigen goeddunken de hoeveelheid melkpoeder daarin af.

 

Met als resultaat:

De kalveren drinken de emmer snel leeg en hebben daardoor geen hongergevoel meer. De brok en het ruwvoer blijven daardoor staan, en de kunstmelk is eigenlijk niets anders dan “wit water”.

 

Zo zie je maar weer, zelfs aangemaakte kunstmelk ziet er soms bedrieglijk echt uit.

Gelukkig is dit probleem hier snel opgelost, gewoon bij de les blijven en de instructies volgen.


Frohe Weihnachten und ein glückliches Neues Jahr !

Merry Christmas and a Happy New Year !

 


ONDERSTAAND MIJN COLUMN IN HET BLAD “FLECKVIEH WERELD” (oktober/november 2018), UITGEGEVEN DOOR BAYERN GENETIK:

FILES… TOT IN DE STAL...

 

Met de auto door Nederland rijden en ergens op tijd aankomen, het is een echte uitdaging. Zelfs de filemelder op de radio heeft de handdoek in de ring geworpen en beperkt zich tot melden van “bijzondere en ongewone files”.

 

Ik ben op weg naar een rundveehouder in Noord-Holland. Hij heeft “filevorming op stal”. Al rijdende vanuit het zuiden naar het noorden ervaar ik meerdere opstoppingsvarianten, oorzaken en creatieve oplossingen met betrekking tot fileleed.

 

Netjes en op tijd arriveer ik bij een modern ogend melkveebedrijf. Toch valt het op dat het hier (letterlijk) “niet lekker loopt”.

Koeien zijn groep- en kuddedieren met een duidelijke rangorde. Rang lage dieren moeten in de stal confrontaties met rang hogere dieren tijdig kunnen vermijden. Ze dienen een makkelijke ontsnappingsmogelijkheid te hebben. Deze “vluchtstrook” wordt in de stal bepaald door o.a. de indeling, breedte van de loopgangen, het aantal doorgangen en de aan- of afwezigheid van dode hoeken.

 

De ideale loopgang achter het voerhek is minimaal 3,20 meter breed. Bredere gangen hebben mijn voorkeur. Bij 3,50 meter kunnen twee dieren elkaar moeiteloos passeren, zelfs als er een dier aan het voerhek staat! De breedte van de loopruimten tussen twee rijen ligboxen bedraagt in de ideale situatie ook minimaal 3,50 meter. Dat bevordert een vlotte doorstroming.

 

Mensen hebben een hekel aan een doodlopende weg, koeien hebben dat noch veel meer. Een “onvermijdelijke doodlopende weg” in de stal zou minimaal 2,60 meter breed moeten zijn, om onrust en stress te beperken.

Vaak kom ik situaties tegen waar de terugloop-gangen vanuit de melkstal te smal zijn. Onnodige opstoppingen en stress bij de koeien zijn het resultaat.

Naast een voorkeur voor bochten naar links, zien koeien bochten van 90 graden als een doodlopende weg, probeer deze situaties te voorkomen.

 

“Ach, daar wennen ze wel aan”, hoor ik vaak. Wen er dan als veehouder ook maar aan dat je meer kreupelheden onder de dieren hebt. Onjuiste inrichting van de stal creëert een foutieve belasting op het beenwerk, met alle gevolgen van dien.

 

Maak per 15 ligboxen (op rij) minimaal één doorgang tussen het vreet- en liggedeelte. Liefst een doorsteek vlak en op gelijke hoogte met de loopgangen. Plaats GEEN waterbak in de doorsteek. Ik kom dat heel vaak tegen met opstoppingen en rangordegevechten tot gevolg! De ideale doorgang is minimaal 2,50 meter breed (zonder waterbak).

Voorzie ALTIJD een oversteekplaats tussen het vreetgedeelte en het liggedeelte aan het begin en aan het einde van de rij ligboxen.

 

“Het lijkt wel op het inrichten van een woonwijk met winkelstraat” aldus de boerin. Eigenlijk heeft ze gelijk. In het dagelijkse leven worden wegen ook aangepast aan de noden en behoeften van de weggebruikers. In deze stal vinden daarom, (binnen de grenzen van het mogelijke), aanpassingen plaats.

Terugrijdende naar het zuiden sta ik ter hoogte van Utrecht…..jawel, weer in de file. Zou de bedenker van verkeersknooppunt “Oudenrijn” ook koeien op stal hebben? Dan wordt je nogmaals met de neus op de feiten gedrukt wat het betekent als het ‘niet lekker loopt’.


Sommigen zeggen dat ze geen tijd hebben om de Low Stress Stockmanship methode bij hun vee toe te passen.

Dan is het best interessant om eens na te gaan waarom dat zo is.

Hopelijk hebt u geen koe of koeien die figuurlijk "de middelvinger" naar u opsteken.

Met zulke dieren komt u gegarandeerd tijd tekort...


Op 11 augustus 2018 officieel online.

De volledig vernieuwde website van Low Stress Stockmanship Europe.


VOERAANBOD 2018: (OVER)LEVEN…

Het is eind juli 2018 en volop zomer.

Tijdens de ritten van de afgelopen dagen door het agrarisch landschap heb ik al vaak jeugdherinneringen opgehaald. Meer specifiek, herinneringen uit 1976. Op 2 en 3 januari waren er toen nog twee hevige stormen met veel regen en stormschade. Daarop volgde een kurkdroge lente en een grote, lange periode van droogte die pas in september eindigde.

In mei lieten de berkenbomen hun bladeren al vallen, de natuur stond in overlevingsmodus. Degene die een regeninstallatie met buizen en sproeiers kon kopen, (haspels stonden nog in de kinderschoenen), bleef er s ’nachts bij waken om diefstal te voorkomen.

Vele veehouders moesten noodgedwongen rond juni/juli een deel van hun koeien (en niet alleen de minst productieve), laten slachten omdat er geen gras en ruwvoer meer was.

2018:

Dit jaar zie ik veel gelijkenissen met deze jeugdherinneringen. Echter er zijn gelukkig ook verschillen:

-De voorraad ruwvoer waarmee 2017 eindigde was bovengemiddeld en ruim. Niet alleen qua volume maar ook qua kwaliteit.

-Er staan ons nu regenhaspels ter beschikking die, (mits toepasbaar), de groei nog in het gewas kunnen houden.

-Er staan her en der in Europa vele bio energiecentrales, (met bulten mais en andere grondstoffen in voorraad)…

Zelf ben ik GEEN deskundige op het gebied van bio-energie en de daarbij behorende grondstoffenproblematiek. Toch zegt mijn nuchter boerenverstand al vele jaren dat het tot energie verwerken van kostbare veevoedergrondstoffen een opmerkelijk proces is, (en dan weeg ik nu hierbij héél zorgvuldig mijn woorden).

Ik heb mij laten vertellen dat uit 1 ton droge stof (DS) mais, +/- 600 M3 biogas te halen is. Ook heb ik mij laten vertellen dat er regelmatig een (Europees) energieoverschot is, en dat je dit overschot niet gemakkelijk kunt opslaan. 

Deze overschotten worden dan maar tegen “dumpprijzen” op de energiemarkt aangeboden, dat is algemeen bekend. Om deze prijstechnische redenen legt men zelfs (tijdelijk) energiecentrales stil. De Clauscentrale in het Nederlandse Maasbracht is daar zo’n mooi voorbeeld van.

Nu zegt mijn boerenverstand anno 2018 het volgende:

De weersomstandigheden die nog voor ons liggen bepalen of er in meer of mindere mate een krapte op de ruwvoermarkt zal ontstaan. Dat er (op Europees niveau), krapte ontstaat, is overduidelijk.

De voorraden mais en overige grondstoffen die bij de bio-centrales liggen, (en ten behoeve van deze centrales nog moet worden geoogst), zouden menig veehouder kunnen helpen om deze moeilijke periode te doorstaan.

"Energiemais’ is nog geen ideale “voermais”, maar beter dit voer dan geen voer. Bovendien kan het rantsoen immers aangepast, (lees: opgewaardeerd), worden.

De opbrengst van deze grondstof verkoop vloeit terug naar de bio-centrale, voor eventuele financiële tekorten aldaar is er naar mijn mening wel een oplossing te vinden. Dit op voorwaarde dat alle betrokken partijen constructief meewerken en van goede wil zijn.

Zoals gezegd, het is maar een gedachtegang, voortkomend uit nuchter boerenverstand. Toch daag ik hierbij alle sector vertegenwoordigers, (in de diverse disciplines), en de politiek uit om hier eens serieus naar te kijken en aan te rekenen.

Het is absoluut GEEN ideaal scenario, maar het kan wel het verschil maken tussen boer zijn en boer blijven. 

Zonder boeren is er in de toekomst ook geen grondstof meer voor de bio-centrale…


KOEIEN, RUNDEREN, PAARDEN: "Dingen of dieren met gevoel?"...

Velen staan er niet eens bij stil, beseffen niet dat dieren gevoelige individuen zijn. Ze worden helaas door sommigen gezien als “productiemiddel, gebruiksvoorwerp of zelfs als wegwerp artikel”. Iedereen kan zich er wel een beeld bij vormen.

 

Dagelijks zie ik met lede ogen aan hoe partijen zich figuurlijk in de haren vliegen als het gaat om de beleving bij de omgang met (landbouw)huisdieren. Vaak gebaseerd op felle emotie en niet op feitelijke kennis. Dat is best begrijpelijk maar erg jammer.

 

Ik geloof nog steeds in de open dialoog met elkaar op basis van respect en vertrouwen tussen mens en dier. Tussen voor- en tegenstanders.

Veehouders hebben het doorgaans allemaal goed met hun dieren voor, ze hebben er geen enkel belang bij om hun dieren tekort te doen.

Toch zijn er ook donkere kanten. Sociale drama’s, voortgekomen uit economische en financiële druk, regelgeving, gezinssituatie etc. En dan is er nog dat “grote grijze gebied”. Het gebied van bedrijfsblindheid en onwetendheid. 

 

Mijn taak en missie daarin: praktijkgerichte uitleg en voorlichting zodat de donkere kanten verdwijnen en alle partijen weer realistisch met elkaar kunnen communiceren.


 

 

 

 

“If you want to handle cattle fast, take your time”

 

“Wenn es mit Kühen schnell gehen muss, Mach langsam”